scissors-3031502_1920

Operaties voor transgender mannen

Inleiding

Tijdens de transitie kunnen de op de tabbladen genoemde operaties bij transgender mannen worden uitgevoerd. Welke operaties worden uitgevoerd is de keuze van de transgender man in overleg met zijn chirurg.

Alle informatie beschrijft algemene trends en situaties, waaruit niet zonder meer conclusies voor een individueel geval kunnen worden getrokken. Voor een juiste beoordeling van je eigen situatie, dien je dus altijd te overleggen met je huisarts of een andere professionele hulpverlener of behandelaar.

Borsten

Verwijdering van de borsten (mastectomie). Een (half) jaar na de start met de hormonen, kom je in aanmerking voor de eerste operatie. In de meeste gevallen is dit de borstoperatie. Soms wordt hiervan afgeweken en vindt er eerst een andere operatie plaats, of als je niet start met de cross-sekse hormonen kun je direct na de diagnosestelling opteren voor de borstoperatie. De medische term voor de borstoperatie is subcutane mastectomie. Bij deze operatie wordt het overtollige borstweefsel verwijderd op een zodanige manier dat er zo veel mogelijk een mannelijke borstkas wordt gevormd.

Er zijn verschillende technieken voor deze operatie. Het is belangrijk om je hierin te verdiepen en je vragen en wensen te bespreken met de plastisch chirurg die de operatie gaat uitvoeren. De verschillende technieken hebben met elkaar gemeen dat ze het overtollige borstweefsel en huid verwijderen en de tepel en tepelhof eventueel verkleinen. De operatie duurt zo’n anderhalf tot drie uur en gebeurt onder volledige narcose. Zie trans mannen afbeeldingen operaties afbeelding 1, 2 en 3.

Welke van de technieken gebruikt wordt hangt af van de grootte van de borsten en de mate dat ze ‘hangen’. In het algemeen geldt hoe groter de borsten des te groter de littekens. Verschillende technieken voor operatie van de borsten:

Snede en litteken rondom de tepel en gesteelde tepel

Snede en litteken rondom de tepel (donut-procedure). Deze techniek is alleen mogelijk bij kleine borsten die niet hangen en een stevige, elastische huid hebben. Deze operatie geeft alleen een klein litteken rondom de tepelhof. De tepel blijft gesteeld (Een gesteelde tepel betekent dat de tepel blijft vastzitten aan de bloedvaten en zenuwen die tot in de tepel lopen. Het gevoel in de tepel blijft hiermee zoveel mogelijk gespaard). Zie afbeelding 1.

Snede en litteken onder de borstspier en gesteelde tepel

Snede en litteken onder de borstspier en gesteelde tepel. Deze techniek is geschikt voor grotere borsten die weinig of een beetje hangen. Hierbij wordt via een snede die in lijn ligt met de grote borstspier het teveel aan borstweefsel verwijderd. De tepelhof en de tepel blijven gesteeld. Het litteken ligt aan de buitenrand van de grote borstspier en rond de tepel. Zie afbeelding 2.

Snede en litteken onder de borstspier en vrij tepeltransplantaat

Snede en litteken onder de borstspier en vrij tepeltransplantaat Deze operatie is geschikt voor grote en hangende borsten. De operatie komt overeen met techniek 2 met als enig verschil dat de tepel wordt losgemaakt (vrij tepeltransplantaat) en daarna wordt teruggeplaatst (gevoel in de tepel verandert). Zie afbeelding 3.

Complicaties die bij de borstoperatie kunnen optreden zijn een nabloeding en het (deels) afsterven van een tepel. De eerste dagen na de operatie kan er een nabloeding optreden. De borst wordt dan dik, blauw en pijnlijk. Meestal is dit reden om met spoed opnieuw te worden geopereerd om de bloeding te stelpen en de bloedstolsels te verwijderen. Afsterven tepel. Meeste kans hierop is na een nabloeding, bij een vrij tepeltransplantaat en als degene die de operatie ondergaat rookt. Meestal wordt er afgewacht en eventueel kan er later een correctieoperatie plaatsvinden.

Postoperatieve zorg na een borstoperatie. Tijdens de operatie wordt een wonddrain geplaatst die de eerste dagen het bloed en wondvocht afvoert. Het verblijf in het ziekenhuis is meestal drie tot vier dagen, afhankelijk van de vochtproductie in de drains. Ook wordt er meestal vanaf de operatiekamer een stretchkorset (tubigrip) omgedaan om wat druk uit te oefenen op de wonden. Deze moet je tot vier weken na de operatie blijven dragen. De wonden hoeven meestal niet uitgebreid verzorgd te worden. Het verschonen van gaasjes is vaak voldoende. Hierover krijg je uitleg bij het ontslag uit het ziekenhuis. Belangrijk is om een paar leefregels in acht te nemen. Douchen mag, maar het is onverstandig om de eerste week uitgebreid in bad te gaan zitten. De reden hiervoor is dat de wonden week worden en kunnen opengaan.

De eerste zes weken mag er alleen licht huishoudelijk werk worden gedaan. Het wordt afgeraden om zwaar te tillen of boven de macht te reiken. Dit vanwege een grote kans op nabloedingen of blauwe plekken. Met een vrij tepeltransplantaat wordt er meestal een verband over de tepels vastgehecht om ze goed op hun plek te drukken. Vijf dagen na de operatie moeten deze in het ziekenhuis verwijderd worden. Twee weken na de operatie is de eerste controle en worden er eventueel wat hechtingen verwijderd. Vier tot zes weken na de operatie word je opnieuw op de poli gezien. Littekens kunnen in de loop van de tijd wat breder worden. Om littekens te verzorgen kan gekozen worden voor littekencrème. Indien je lichaam de neiging heeft lelijke littekens te vormen kunnen bv. Scarban-pleisters voorgeschreven worden of kan een huidtherapeut worden bezocht. Het is belangrijk om de eerste periode zonlicht te vermijden zolang de littekens nog rood zijn en daarna goed in te smeren met een zonnebrandcrème met een hoge factor. Soms is het nodig om een correctie te laten uitvoeren. Correcties kunnen niet eerder dan zes maanden na operatie worden uitgevoerd.

Baarmoeder

Verwijdering van de baarmoeder en de eiserstokken (hysterectomie). Deze operatie volgt ongeveer drie maanden na de borstoperatie, hoewel het ook mogelijk is, dat deze operatie in overleg met de betreffende chirurgen, tegelijk met de borstoperatie wordt uitgevoerd.

De baarmoeder en eierstokken worden verwijderd door een gynaecoloog. De medische term is hysterectomie en ovariëctomie. In principe wordt de operatie uitgevoerd via de techniek van een kijkbuisoperatie ofwel laparoscoop. Zie afbeelding 4 op trans mannen afbeeldingen operaties. Hiervan moet soms toch worden afgeweken en moet er een snede in de buik worden gemaakt.

Laparoscopie betekent: in de buik (laparo) kijken (scopie).  De operatie gebeurt onder narcose (algehele verdoving). Bij deze techniek maakt de gynaecoloog een paar sneetjes in de buikwand. Eerst wordt de buik gevuld met onschadelijk koolzuurgas. Zo ontstaat ruimte in de buik om de verschillende organen te kunnen zien. Via de snee onder de navel wordt de kijkbuis ingebracht in de buik. Via de andere sneetjes worden instrumenten ingebracht die nodig zijn om de organen te verwijderen. De baarmoeder en eierstokken worden losgemaakt. Aan het einde van de operatie wordt de baarmoeder via de schede verwijderd of in kleine stukken door de kijkbuis weggehaald.

De complicaties die bij het verwijderen baarmoeder en eierstokken kunnen optreden zijn bijvoorbeeld bloedverlies tijdens de operatie waarvoor bloedtransfusie nodig is, het ontstaan van trombose (bloedprop), een infectie bijvoorbeeld blaasontsteking, een beschadiging van darmen of urinewegen of een nabloeding. De chirurg zal je hier vooraf over inlichten.

Postoperatieve zorg: Na de verwijdering van de baarmoeder en eierstokken krijg je een blaaskatheter: een slangetje in de blaas dat de urine afvoert. Ook wordt er vaak een tampon in de schede gebracht. De darmen komen een tot twee dagen na de operatie weer op gang. Binnen een tot enkele dagen mag je weer naar huis. Het herstel zal zeker twee tot vier weken duren. Het is belangrijk om goed te luisteren naar je lichaam en toe te geven aan de moeheid. Je mag de eerste weken niet tillen of zwaar werk doen. Na de operatie kan er nog wat bloedverlies optreden. De hechtingen die worden gebruikt zijn doorgaans oplosbaar. Zolang er nog wondvocht uit de wondjes komt, is een pleister of gaasje nodig. Na de operatie vindt er een nacontrole op de poli plaats.

Vagina

Verwijdering van de vagina (colpectomie). Als je besluit tot een genitale operatie (penisconstructie met urinebuisverlenging) zul je een colpectomie moeten ondergaan. Een colpectomie is het operatief verwijderen van de vagina inclusief de vaginawand. Zie op trans mannen afbeeldingen operaties afbeelding 5. De vaginawand is sterk doorbloed weefsel. De colpectomie kan op twee manieren worden uitgevoerd:

  1. De vaginale colpectomie. Hierbij wordt de vagina via de vagina verwijderd.
  2. De verwijdering van de vagina m.b.v. robottechniek. Hierbij wordt de vagina verwijderd via een kijkoperatie via de buik. Op dit moment (januari 2018) wordt deze techniek nog alleen toegepast als daarbij ook de baarmoeder en eierstokken worden verwijderd. Mogelijk kan met deze techniek in de toekomst ook alleen de vagina worden verwijderd, als de baarmoeder en eierstokken al eerder verwijderd zijn.

Na de colpectomie is een herstelperiode nodig van een aantal weken, vergelijkbaar met die na de verwijdering van de baarmoeder en eierstokken.

De complicaties die bij de colpectomie kunnen optreden zijn bijvoorbeeld bloedverlies tijdens de operatie waarvoor bloedtransfusie nodig is, het ontstaan van trombose (bloedprop), een infectie bijvoorbeeld blaasontsteking, een beschadiging van darmen of urinewegen of een nabloeding. De chirurg zal je hier vooraf over inlichten. Tot nu toe lijken het aantal complicaties met de robottechniek af te nemen.

Genitale operaties

Genitale operaties zijn operaties aan de geslachtsorganen die het lichaam een meer mannelijk uiterlijk en functionaliteit moeten geven. Achtereenvolgens wordt besproken:

  1. de constructie van de penis
  2. de verlenging van de urineleider
  3. het vormen van de balzak
  4. het inbrengen van de balimplantaten
  5. het inbrengen van de erectieprothese bij een phalloplastiek
  6. sexualiteit en de metaidoio en de phalloplastiek

De genoemde operaties worden in een aantal gevallen tegelijk uitgevoerd.

a. De constructie van de penis

Er zijn een aantal mogelijkheden om operatief een penis te construeren:

  1. metaidoioplastiek: een kleine penisopbouw van de clitoris
  2. phalloplastiek: een penisopbouw gemaakt van huid uit de onderarm
  3. phalloplastiek: een penisopbouw gemaakt van huid uit de onderarm en het bovenbeen
  4. phalloplastiek: een penisopbouw gemaakt van huid uit de lies en de flank/rug

Dit zijn allemaal ingewikkelde micro-chirurgische operaties, waarbij er nog steeds nieuwe technieken worden ontwikkeld. De operaties I t/m IV worden zowel met als zonder urinebuisverlenging uitgevoerd.

I. Metaidoioplastiek

Dit is de meest ‘eenvoudige’ operatie om een penis te creëren. We kennen de metaidoioplastiek met urinebuisverlenging of zonder urinebuisverlenging. Een metadoioplastiek levert een mooie, maar wel erg kleine piemel op. Staand plassen (met urinebuis verlenging) uit de broek kan meestal niet. Daarentegen is de meta volledig gevoelig en erectiel. Penetratie is door de lengte vaak niet mogelijk. De lengte wordt bepaald door de groei als gevolg van het gebruik van testosteron en de hoeveelheid weefsel.

De metaidoioplastiek met urinebuisverlenging wordt tegelijk met het verlengen van de urinebuis en het vormen van de balzak uitgevoerd. Bij deze operatie wordt uitgegaan van de clitoris die flink kan zijn gegroeid door het gebruik van testosteron. De clitoris wordt losgemaakt van de omliggende huid en naar boven gestrekt, zodat hij zich niet meer in het gebied tussen de benen bevindt, maar ter hoogte van de onderbuik. Zie op trans mannen afbeeldingen operaties afbeelding 6. Op deze manier wordt een kleine penis gemaakt. De lengte is afhankelijk van het aanwezige weefsel. Lengte en breedte hebben met elkaar te naken hoe meer lengte hoe minder breedte. De verlengde urinebuis (wijze van uitvoering is hieronder is apart beschreven) wordt gelegd tegen de onderkant van de nieuwgevormde penis en het geheel van penis en urinebuis wordt gewikkeld in een deel van de kleine/binnenste schaamlippen.

De complicaties die bij (of na) deze operatie kunnen optreden zijn: vernauwing (stenose) van de urinebuis, die meestal – poliklinisch – opgerekt zal kunnen worden / een lekkage (fistel) vanwege een opening in de urinebuis die soms na enige tijd spontaan dichtgroeit, maar anders door een operatie opgelost moet worden / infectie. In een aantal gevallenl zal men dus een tweede keer opgenomen moeten worden. Bij de metaidoioplastiek kan het voorkomen dat de penis erg klein uitvalt.

Het is ook mogelijk om te kiezen voor een metaidoioplastiek zonder urinebuisverlenging. Het enige verschil met een gewone metaidoioplastiek is dat de urinebuis niet wordt verlengd, maar op zijn oorspronkelijke plaats blijft zitten. De urinebuis en de vaginale opening integreren hierbij tot één urogenitale opening, waarbij men plast vanachter de balzak. Groot voordeel van deze variant is dat er een complicaties voorkomen met de urinebuis en dat deze operatie ook mogelijk is als de clitoris weinig tot matig gegroeid is. Het betekent wel dat men zittend moet plassen.

II. Phalloplastiek (uit de onderarm)

Om een penis (phallo) te construeren wordt bij deze operatie een lap huid met bloedvaten en zenuwen losgemaakt uit de onderarm, net boven de pols. De huidlap wordt opgerold tot een penis met in het midden ruimte voor een urineleider. De bloedvaten en zenuwen worden aangesloten op bloedvaten en zenuwen in de onderbuik en lies. De nieuwe urinebuis wordt aangesloten op de – eerder al verlengde – urinebuis. Zie op trans mannen afbeeldingen operaties afbeelding 7. De clitoris wordt opgenomen in de basis van de penis. Vervolgens wordt de wond op de onderarm bedekt met huid die van het bovenbeen geschaafd is. De arm wordt in het gips gezet zodat de wond goed kan genezen.

Na de operatie moet men zeven dagen bedrust houden en mag men de nieuwe – verlengde – urinebuis niet gebruiken. Tijdens de operatie is een blaaskatheter via de buikwand in de blaas gebracht en via de plasbuis. Tijdens de dagen bedrust wordt regelmatig gecontroleerd of de penis op de nieuwe plaats goed geneest en of de doorbloeding goed verloopt. Na 10-14 dagen, als er een goede genezing is, wordt de katheter die door de plasbuis loopt poliklinisch verwijderd. Dan zal er een foto van de plasbuis worden gemaakt om te zien of deze intact is en geen lekkage heeft. Als de foto goed is dan mag men proberen zelf te plassen. Na enkele dagen wordt er d.m.v. een echo-onderzoek gekeken of de blaas na plassen ook goed leeg is. Als dit goed gaat en er niet te veel urine in de blaas achterblijft, wordt de katheter die via de buikwand loopt verwijderd.

III. Phalloplastiek (uit de onderarm en het bovenbeen)

Voor deze opbouw zijn drie operaties nodig. Tijdens de eerste operatie wordt een ballon aangebracht onder de huid van de onderarm en het  bovenbeen. Voorts wordt het vaste deel van de urinebuis gemaakt (zie ‘verlenging urinebuis’). Deze ballonnen worden regelmatig bijgevuld om de huid op te rekken. Bij de tweede operatie wordt een huidlap met bloedvaten en zenuwen losgemaakt uit de onderarm waar de plasbuis en eikel van worden gemaakt. De schacht van de penis zal worden gemaakt van een huidlap van het bovenbeen. De bloedvaten en zenuwen worden aangesloten op bloedvaten en zenuwen in de onderbuik en in de lies. De clitoris wordt aan de basis van de penis in de penis opgenomen. De wond op de onderarm of het bovenbeen kan gesloten worden en er blijft een eenvoudig recht litteken over. Bovendien wordt tijdens deze operatie de urinebuis aangesloten op het – al verlengde – deel van de urinebuis. Ook bij deze ingreep wordt, net als bij de penisopbouw uit de arm, een blaaskatheter via de buikwand ingebracht in de blaas. Een andere blaaskatheter wordt aangebracht via de plasbuis. Na de operatie moet men zeven dagen bedrust houden. In deze periode wordt de bloedtoevoer in de nieuwgevormde penis regelmatig gecontroleerd. De verzorging na de operatie gaat hetzelfde als bij de penisopbouw uit de arm.

De complicaties die kunnen optreden zijn: Het afsterven van (een deel van) de penishuis of urinebuis. Moeilijker op te wekken seksueel gevoel (clitoris is opgenomen in de penis). Lekkage door moeilijk leeg te drukken urineleider.

Het is ook mogelijk om te kiezen voor een zgn. phalloplastiek zonder urinebuisverlenging. Het enige verschil met een gewone phalloplastiek is dat de urinebuis niet wordt verlengd, maar op zijn oorspronkelijke plaats blijft zitten. De urinebuis en de vaginale opening integreren hierbij tot één urogenitale opening, waarbij men plast vanachter de balzak.

IV. Phalloplastiek (uit de lies en de flank/rug)

Sinds kort wordt er ook nog een vierde mogelijkheid aangeboden. Een penis uit de huid van de lies en de flank/rug. De urinebuis wordt gemaakt uit de kleine schaamlippen. Per geval moet bekeken worden of iemand voor deze techniek in aanmerking komt. Omdat deze techniek nog nieuw is is niet meer informatie voorhanden.

b. De verlenging van de urinebuis

Bij de man is de urinebuis langer dan bij de vrouw. De urinebuis bij de man bestaat uit twee delen: het eerste deel – het vaste deel – bevindt zich in het lichaam, het tweede deel – het beweeglijke deel – bevindt zich in de penis. Bij de constructie van een penis moet, wanneer gekozen wordt voor urinebuisverlenging, zowel bij de metaidoioplastiek, als bij de phalloplastiek, de urinebuis worden verlengd. De urinebuis wordt verlengd door gebruik te maken van bv. bij de metaidoioplastiek, de kleine schaamlippen en bij de phalloplastiek van huid uit de arm. Om de verlengde urinebuis goed te laten genezen, wordt tijdens de operatie een blaaskatheter via de plasbuis ingebracht. Voorts wordt er een katheter via de buikwand geplaatst, waardoor de urine wegloopt. Na vijf dagen bedrust kan men naar huis, mits de plastiek niet te veel is gezwollen. Als de plastiek na 10-14 dagen goed is genezen kan de katheter die in de plasbuis zit worden verwijderd en kan men gaan plassen door de verlengde urinebuis. Als het plassen goed gaat en er niet te veel urine in de blaas achter blijft, kan de katheter die via de buikwand loopt verwijderd worden. Als de penis groot genoeg (4-6 cm) is, is het mogelijk staande te plassen.

De complicaties die kunnen optreden bij een penis met urinebuisverlenging, zijn: In de urinebuis kan een vernauwing (stenose) optreden, of er kan lekkage (bv. als gevolg van fistel) voorkomen. Bij deze complicaties wordt eerst geprobeerd het probleem poliklinisch te verhelpen, maar vaak zal een opname en een volgende operatie noodzakelijk zijn. Indien de opbouw van de urineweg door omstandigheden, te veel problemen blijft geven, kan een opening worden gemaakt in de urineweg, ongeveer ter plaatse van de ‘oude’ opening, nu aan de basis van de balzak. Dit wordt een perineostoma genoemd. Het gevolg van deze ingreep is wel dat men voortaan dus weer zittend moet plassen.

c. Het vormen van een balzak

Tijdens de metaidoioplastiek en de phalloplastiek kan tegelijkertijd de balzak (het scrotum) worden gevormd. Bij deze operatie wordt aan de voorzijde van de beide grote schaamlippen een V-vormige snede gemaakt. Hierdoor wordt het mogelijk de huid naar voren te halen en de balzak te vormen ter hoogte van de onderbuik. De chirurg kan van het materiaal van de beide schaamlippen een balzak vormen met de mogelijkheid er later (bij een andere ingreep) twee balprothesen in te plaatsen. Over het algemeen wordt er voor gekozen eerst de balzak te laten genezen en na drie maanden de prothesen te plaatsen.

d. Het inbrengen van balimplantaten

Als de nieuwe penis (metaidoio of phallo) goed functioneert kan de balzak worden gevuld met meestal silicone of metalen balimplantaten. Er zijn verschillende maten. De keuze voor een bepaalde maat is afhankelijke de situatie en mogelijk de voorkeur van de betreffende persoon. Dit wordt meestal in een aparte operatie gedaan. De complicatie die kan optreden is afstoting van dit lichaamsvreemde materiaal en het gaan ‘wandelen’ van de implantaten.

e. Het inbrengen van een erectieprothese bij een phalloplastiek

In een later stadium, als blijkt dat de penis die is gevormd d.m.v. een phalloplastiek voldoende gevoel heeft ontwikkeld, kan eventueel een erectieprothese worden geplaatst. Met behulp van het in een van de ballen ingebouwde pompje kan de penis worden opgericht, waardoor penetratie veelal mogelijk is. Mogelijke complicatie is dat de prothese irritatie kan veroorzaken of kan worden afgestoten.

f. Metaidoio en phalloplastiek en seksualiteit

Er zijn verschillende mogelijkheden besproken om een penis te vormen de metaidoio en de phallo. Het voordeel van de metaidoioplastiek is dat de penis gevormd is van de clitoris. Omdat de clitoris een seksueel orgaan is, heeft men na de operatie een – weliswaar kleine – maar wel een gelijkende en seksueel functionerende penis. Penetrerend seksueel contact is echter niet mogelijk. Het voordeel van de phalloplastiek is dat men na operatie een penis heeft die er zoveel mogelijk uitziet zoals iedere andere penis van de gemiddelde man. In seksueel opzicht echter heeft deze penis weinig te bieden. Seksueel gevoel wordt alleen ervaren op de plaats waar de clitoris in de phallo is opgenomen. Tegenwoordig probeert men de zenuwen die seksueel gevoel overbrengen aan te sluiten op de zenuwen in de phallo, om zo ook seksueel gevoel in de penis mogelijk te maken. Indien een erectieprothese is ingebracht is erectie en gemeenschap mogelijk. Voorafgaand aan deze operaties is een bezoek aan de seksuoloog verplicht om na te gaan of de verwachtingen overeen komen met hetgeen daadwerkelijk bereikt kan worden.

Keuzehulp genitale operaties
De wensen op operatief gebied blijken vaak zeer individueel en in de praktijk blijkt de behandeling steeds meer maatwerk te worden. Dat betekent dat het niet zonder meer vast staat dat jij alle operaties die daarvoor staan ondergaat, maar dat je daar zelf ook keuzes in kunt maken.

De beslissing over of, en welke (genitale) operatie wordt ondergaan, is van diverse factoren afhankelijk:

  1. de wens van de man t.a.v.: cosmetisch resultaat, seksuele functie, plasfunctie, fertiliteit
  2. de mogelijkheden om operaties te kunnen uitvoeren: kundigheid van de chirurg en lichaam van de man
  3. de draagkracht van de man: belasting door operaties, littekens en omgaan met complicaties

Het Amsterdam UMC (voorheen  VUmc) heeft sinds januari 2018 een online keuzehulp ten behoeve van de geslachtsaanpassende, genitale operaties voor transgender mannen op hun website geplaatst. In de keuzehulp staan alle opties en de voor- en de nadelen van deze opties. Alles wordt in begrijpelijke taal uitgelegd. Aangezien deze operaties erg ingrijpend zijn en sommige operaties met elkaar samenhangen, is zo’n keuzehulp een hulpmiddel dat de man moet helpen bij zijn verwachtingen en keuzes. Zie verder de keuzehulp.

Transgenderinfo in België heeft een goed factsheet uitgegeven over genitale opties. Het kostenplaatsje wijkt wel af van dat in Nederland.

Operaties voor transgender vrouwen

Inleiding

Bij transgender vrouwen kunnen de op de tabbladen genoemde geslachtsveranderende of gender bevestigende operaties worden uitgevoerd. Welke operaties worden ondergaan is de keuze van de vrouw in overleg met haar chirurg.

Alle informatie beschrijft algemene trends en situaties, waaruit niet zonder meer conclusies voor een individueel geval kunnen worden getrokken. Voor een juiste beoordeling van je eigen situatie, dien je dus altijd te overleggen met je huisarts of een andere professionele hulpverlener of behandelaar.

Vaginaplastiek

Algemene opmeringen over periode vóór de vaginaplastiek

Belangrijke informatie voor transgender vrouwen die in aanmerking komen voor een genderbevestigende, genitale operatie. Mag je beginnen met de vrouwelijke hormonen en kom je in aanmerking voor een genderbevestigende operatie, dan is het belangrijk om te weten of je de genitale-zone moet laten ontharen of juist niet. Permanent ontharen kost veel tijd en te laat beginnen kan uitstel van de operatie betekenen. Zie onze pagina over ontharen. De chirurg eist dat je voorafgaand aan de operatie (tijdelijk) stopt met roken om de wondgenezing te bevorderen.

Bekkenbodemfysiotherapie

Het ziekenhuis kan je adviseren je om voor de operatie een bekkenbodem-fysiotherapeut te bezoeken. Op het tabblad ‘Zorg na de vaginaplastiek’ wordt de verzorging van de vagina na de operatie beschreven. Deze verzorging vraagt een goede ontspanning van de bekkenbodemspieren. Het dilateren van de vagina gaat makkelijker als je de bekkenbodemspieren goed kan ontspannen. Er zijn maar weinig mensen die in staat zijn deze spieren bewust te ontspannen. Het is daarom verstandig om dit al voor de operatie te leren. Een bekkenbodem-fysiotherapeut kan je daarbij helpen. Zoek een bekkenbodem-fysiotherapeut in je directe woonomgeving. Deze kan je dan ook helpen na de operatie als dat nodig is.

Opname in het ziekenhuis

Vanaf de dag van de opname verblijf je meestal ongeveer een week in het ziekenhuis, maar er is een trend dat de opnameduur korter wordt en dat patiënten sneller worden gemobiliseerd, dus eerder uit bed mogen. Is de operatie achter de rug dan kan het herstel enige tijd in beslag nemen en moet je de eerste tijd rustig aan doen. Het is een goed idee om in ieder geval voor de dagen na de operatie thuis wat hulp te organiseren, zodat je er niet helemaal alleen voor staat als je thuis komt. Draag ook een verbandje in je slipje omdat er de eerste tijd dat je thuis bent nog redelijk veel vocht uit de wond komt.

Vaginaplastiek

De genitale operatie voor transgender vrouwen heet vaginaplastiek, de chirurgische term voor de constructie van de neo-vagina die in Nederland meestal met behulp van de penis-inversie-methode wordt uitgevoerd.

Het construeren van een neo-vagina door middel van plastische chirurgie begon met experimenten in de eerste helft van de twintigste eeuw. Sinds die tijd zijn technieken ontwikkeld en verfijnd door vele artsen op diverse plaatsen in de wereld. En nog steeds weten plastisch chirurgen de resultaten te verbeteren. Inmiddels kan in veel gevallen een neo-vagina gemaakt worden die visueel redelijk lijkt op die van een cisvrouw, inclusief clitoris en -kapje.

De vaginaschede kan functioneel zijn bij seksuele omgang, en een orgasme opwekken is soms ook mogelijk. Het is wel zo, dat het uiterlijk en de functionaliteit van de neo-vagina’s net zo veel van elkaar kunnen verschillen als (van) de vagina’s van cis vrouwen. De gebruikte techniek speelt hierbij een grote rol, maar ook de lichamelijke conditie en de reactie van het lichaam op de operatie.

De neo-vagina heeft gelijkenis met de biologische vagina, maar er zijn uiteraard ook verschillen, waaronder de afwezigheid van slijmvliezen en secretieklieren. Daardoor is bijvoorbeeld een glijmiddel nodig bij seksuele omgang, en is extra onderhoud nodig door afwezigheid van een zelfreinigend zuur milieu. De schede van de neo-vagina is gemaakt van minder rekbaar weefsel dan de biologische vagina, en ze heeft minder bewegingsruimte door de ligging achter het mannelijke gevormde schaambeen. Soms wordt de vagina uit weefsel van de dikke darm geconstrueerd. In dat geval blijft de vagina wat vochtiger en rekbaarder.

Iedere operatie geeft kans op complicaties dus ook deze. Mogelijke complicaties kunnen zijn: perforatie van het rectum, bloedingen, fistels, darmlekkage, infecties.

Er worden diverse technieken gebruikt:

Penis-inversie techniek

  • Deze techniek vormt de basis voor andere methoden. In Nederland wordt deze basismethode gebruikt, omdat die de grootste kans van slagen zou geven met de minste complicaties. Bij deze methode wordt de penis als het ware leeggehaald en buitenstebinnen gebruikt om de vagina van te construeren.
  • Voor het construeren van de neo-vagina worden de penishuid en een huidflap van het perineum gebruikt. Het perineum ligt tussen scrotum en anus. Zie afbeelding 1. Alle trans vrouwen afbeeldingen zijn hier te downloaden. De huiddelen worden losgemaakt van het onderliggende weefsel. Deze delen blijven wel verbonden met het lichaam voor de bloedtoevoer en de zenuwverbindingen.
  • De eikel met de eigen bloedvoorziening en zenuwbanen (de ‘steel’) en de plasbuis worden vrijgemaakt, zie afbeelding 2. De testikels worden verwijderd, evenals de zwellichamen uit de penis en het perineum. Hierdoor ontstaat in het perineum ruimte om de labia, en het middendeel met plasbuis en -opening en clitoris, op een zo natuurlijk mogelijke wijze vorm en positie te geven.
  • In het perineum wordt een opening gemaakt tussen blaas en anus, door de bekkenbodemspier heen en achter het schaambeen langs. In deze ruimte komt de vaginaschede. In de basis van de penishuid worden twee openingen gemaakt. Hierin komen de clitoris en de plasopening.
  • Van de bovenrand van de eikel en een stukje aansluitende voorhuid worden de clitoris en het clitoriskapje gevormd en in de bestemde openingen gehecht. De ‘steel’ met bloed- en zenuwbanen blijft een geheel en wordt in de buikholte geborgen. Door dit intact te laten krijgt de clitoris optimale kansen om als zodanig te functioneren.
  • Van de huid van de penis en de huidflap van het perineum wordt een huls gevormd die in de opening in het perineum wordt gebracht, zodat een vaginaschede ontstaat. Van aanliggende scrotumhuid worden de labia gevormd, zie afbeelding 3. Door op de juiste plaatsen in te hechten worden ze in model gebracht.
  • Een speciale tampon houdt de schede in model tijdens de eerste periode van de genezing. De tampon wordt op zijn plaats gehouden met behulp van flexibele kunststof buisjes, die tijdelijk aan de grote labia worden gehecht. Ongeveer een week na de operatie worden de buisjes en de tampon verwijderd. De cliënt wordt gemobiliseerd en kan meestal spoedig daarna het ziekenhuis verlaten.
  • Pas na enkele weken tot enkele maanden genezing, als alle zwellingen zijn geslonken en bloeduitstortingen zijn verdwenen, wordt het eindresultaat goed zichtbaar, zie afbeelding 3.
  • Als alles voldoende is genezen, kunnen de labia aan de bovenzijde eventueel dichter naast de clitoris worden gebracht. Daarvoor worden Z-vormige sneden gemaakt, en de punten die zo ontstaan worden van plaats verwisseld. Deze correctie kan poliklinisch en onder plaatselijke verdoving worden gedaan. Dit kan niet gelijktijdig met de vaginaplastiek, omdat de plaatselijke bloed- en zenuwbanen de losgemaakte huiddelen in leven moeten houden tijdens de operatie, en daarna gedurende de genezing zolang als nodig is tot nieuwe aderen en zenuwverbindingen zijn gevormd. Het eindresultaat kan er redelijk natuurlijk uitzien.

Darmvagina techniek

De darmvaginatechniek wordt toegepast bij jongeren die, vanwege het gebruik van puberteitsremmers, een heel kleine penis hebben, of bij andere vrouwen met een te kleine penis. Bij deze vrouwen wordt er in een gezamenlijke operatie met een darmchirurg een vagina geconstrueerd van een deel van de darm.

Techniek waarbij extra huid wordt gebruikt

Techniek waarbij extra huid wordt gebruikt. Enkele buitenlandse artsen maken ook kleine labia, soms tegelijk met de vaginaplastiek. Maar ook wel in een tweede operatie, omdat door zwellingen na de operatie de aanhechtingen kunnen loslaten. Bij gebruik van de basismethode kan één operatie voldoende zijn voor de gehele vaginaplastiek. Verder wordt in het buitenland ook extra andere huid gebruikt voor een mooiere vagina. Zo zijn er technieken bekend waarbij de vagina wordt gemaakt uit het scrotum en niet uit huid van de penis. Als de penishuid van nature of door bijv. besnijdenis te kort is om genoeg vaginadiepte te maken, kan overwogen worden om resterende huid van het scrotum te gebruiken. Een andere optie is, huid te gebruiken uit de liesstreek mits daar voldoende is weg te nemen. Bij deze overweging wordt ervan uitgegaan dat een vaginadiepte van 9 cm voldoende is. Als je dat te weinig vindt, bespreek dan met je arts of er andere mogelijkheden zijn.

Operatie in Thailand

Operatie in Thailand? In Volkskrant magazine van 24 januari 2015 stond een artikel over dr. Preecha Tiewtranon uit Bangkok, Thailand. Dr. Preecha wordt wel de vaginakoning van de wereld genoemd. Hij heeft in 35 jaar zelf zo’n 3500 vagina’s gemaakt bij transgender vrouwen. Verder heeft hij zo’n twaalf plastisch chirurgen opgeleid en zeker bij 500 vaginaplastieken toezicht gehouden. Dat zijn vagina’s zo goed zijn zou komen door een ingenieus samenspel van goed naar de wensen van de patiënt luisteren, op hoog niveau opereren, jarenlange ervaring en betrouwbaarheid. ‘Zijn’ vagina’s zegt men zouden een paar centimeter dieper en elastischer van binnen zijn en de clitorissen zouden meer gevoel hebben dan de Europese variant. In het artikel van de Volkskrant staat dat de zorgverzekeraar in Nederland 70% van de operatie in Thailand zou vergoeden. Die informatie is te kort door de bocht en klopt niet. Wil je een vaginaplastiek in Thailand laten uitvoeren, zorg dan dat je VOORAF schriftelijke toestemming hebt van de eigen zorgverzekering. Laat je vooraf goed informeren over de prijs en de vergoeding, om achteraf niet voor verrassingen te komen staan.  Het artikel is te lezen op de website van de Volkskrant. Zie ook onze pagina ‘Zorgverzekering‘.

Zorg na de vaginaplastiek

Op dit tabblad worden de onderwerpen ‘spoelen van de neo-vagina’, ‘zitten na de operatie’ en ‘diletatie’ en de ‘diletatiematerialen’ besproken.

Spoelen van de neo-vagina

  • De neo-vagina heeft niet het zelfreinigende zure milieu dat aanwezig is in de vagina van cisvrouwen, door de afwezigheid van slijmvliezen en secretieklieren. Daarom is het nodig de neo-vagina regelmatig te spoelen, om afscheidingen van het vaginaweefsel uit de schede te verwijderen. Een troost is, dat een cisvrouw haar vagina soms ook extra moet reinigen. Daarvoor zijn hulpmiddelen ontwikkeld, die transgender vrouwen ook goed kunnen gebruiken.
  • Spoelen doe je in het begin met een spuit met katheter (afbeelding 5), deze hoor je in het ziekenhuis te krijgen voor je vertrekt. Na de operatie leer je van de verpleging in het ziekenhuis hoe je moet spoelen, en het is heel eenvoudig. Vul de spuit met lauw water van drinkwaterkwaliteit. Als je kraanwater niet vertrouwt, kun je water koken en laten afkoelen tot het lauw is.
  • De katheter is van zachte kunststof, en heeft een ingebouwd glijmiddel. Als dat nat wordt, glijdt deze gemakkelijk naar binnen. Je voelt vanzelf wanneer de volledige diepte van de schede bereikt is. Door de spuit met kracht leeg te duwen worden de plooien van de vagina goed schoon gespoeld.
  • Herhaal dit enkele keren. Om geen vuil via de katheter terug in de spuit te zuigen, kun je voor het hervullen de spuit ervan loshalen. De katheter kan even in de vagina blijven. Vul de spuit door water op te zuigen uit een volle plastic beker. Spoel zoveel tot de beker leeg is. Meestal is dit voldoende.
  • Na gebruik kun je de onderdelen met zeepvrije emulsie wassen en goed doorspoelen. Bewaar de delen los in het plastic bekertje, dan kan alles goed drogen en krijgen bacteriën weinig kans. Zo kun je de spuit langere tijd gebruiken.
  • De arts geeft je een spoelschema, voor voorbeeld van een spoelschema zie afbeelding 4. Over het algemeen spoel je de eerste week na de operatie twee keer per dag. Bij de eerste controle-afspraak na de operatie krijg je, als alles goed gaat, aanwijzingen om het aantal malen spoelen af te bouwen, van 1 keer per dag, naar 1 keer per twee dagen, 1 keer per 3 dagen, etc. In het begin is vaker spoelen nodig omdat het genezingsproces veel afvalstoffen produceert. Later neemt dit af en hoef je minder te spoelen. Spoel niet meer dan nodig is, want van teveel water kan het vaginaweefsel week worden. Is er een vagina geconstrueerd door gebruik te maken van weefsel van de dikke darm dan is er een afwijkend spoelschema. Vraag de behandelend arts naar het schema.
  • Het afbouwen naar tweewekelijks spoelen duurt ongeveer vier maanden. Vind je twee weken tussentijd te lang omdat bijvoorbeeld je vaginale geur te sterk wordt, dan kun je ook eenmaal per week blijven spoelen. Als je een vaste dag aanhoudt dan vergeet je het niet zo gauw. Spoelen kun je doen op het toilet. Je kunt het ook combineren met een douchebeurt, dat geeft minder geknoei. In deze periode kun je ook overstappen op een vaginaaldouche. Bij een drogist is er een van het merk Bioclin verkrijgbaar. De inbrengcanule is dikker dan een katheter en dat kan prettiger zijn om te gebruiken. Voor het inbrengen kun je eventueel wat glijmiddel gebruiken. De canule van Bioclin heeft in de schroefdop een ventiel om te voorkomen dat je water terugzuigt door de canule, nadat de flacon is leeg geknepen. Maar dit ventiel werkt niet altijd even goed, waardoor er toch vuil spoelwater in de flacon kan terugstromen. Na gebruik canule dus goed reinigen. (zie voorbeelden op afbeelding 5).
  • Bioclin heeft ook spoelvloeistof, geschikt voor de zure bio-vagina. Transgender vrouwen hoeven deze speciale vloeistof niet te gebruiken, maar het kan wel als je dat prettiger vindt.
  • Een ander hulpmiddel om te spoelen is een rubber knijpbalg. Dit is het hulpmiddel van oudsher. Tegenwoordig is het in een nieuwe uitvoering weer verkrijgbaar. Zeker in de beginfase kun je na het spoelen wat amandelolie in de vagina brengen tegen verweken of aan elkaar plakken van de huid. De olie kun je eventueel inbrengen met een dilator of vibrator. Daarmee strek je de plooien van de vagina, zodat de olie goed wordt verdeeld. Een goed alternatief om later op over te gaan is Calendula-crème, dat is minder vet. Beide middelen zijn huidvriendelijk en aangenaam in het gebruik, en hoeven na het inbrengen niet te worden uitgespoeld.
  • Let op: Als je deze hulpmiddelen samen met anderen gebruikt, kunnen vuil en ziekteverwekkers worden overgedragen en kun je ziektes zoals SOA’s oplopen, zelfs als je alles goed schoonmaakt. Dit geldt ook voor de dilators en vibrators die verderop besproken worden. Gebruik deze hulpmiddelen alleen voor jezelf en houd ze goed schoon, daarmee voorkom je ook besmetting door je eigen bacteriën.

Zitten na de vaginaplastiek

  • Na de vaginaplastiek is het operatiegebied meestal opgezet en heel gevoelig. Normaal zitten kan dan een probleem zijn. Om toch comfortabel rechtop te kunnen zitten, kun je bij een (thuiszorg)winkel een opblaasbare zitring halen (donut). Als alternatief voor een zitring kun je een kinderzwembandje gebruiken.
  • Een zitring moet de billen en de benen ondersteunen en het kruis ontlasten. Maar dit werkt niet bij iedereen even goed en niet iedereen vindt een zitring prettig in het gebruik. Afhankelijk van je bouw en hoe je zit kunnen je billen en dijen, in plaats van gespreid te worden, ook tegen elkaar geduwd worden en dat kan pijnlijk zijn en zelfs hechtingen lostrekken.
  • Een alternatief is een zitkussen in een U-vorm. Gebruik dit met de opening naar achteren. Het goedkoopst en eigenlijk het best is zelf een U-vormig zitkussen vouwen van een badlaken, dat je misschien al in huis hebt. Dat geeft een stabiel kussen (wiebelen is pijnlijk) en het is stevig waardoor de bloedsomloop goed blijft (belangrijk voor de genezing). Het kost weinig moeite om het even uit te proberen, zie afbeelding 6:
  1. Neem een groot badlaken, vouw de zijkanten naar binnen maar laat ertussen een handbreedte ruimte over.
  2. De bovenkant en de onderkant bijna tegen elkaar aan vouwen.
  3. Leg de dubbelgevouwen bovenkant op de dubbelgevouwen onderkant.
  4. Je hebt nu een smalle strook van acht lagen dik met een dunner deel in het midden. Vouw de linker en rechter einden schuin naar boven.
  5. Het kussen is nu gevormd. De open kanten kun je vastzetten met een paar grote steken of grote veiligheidsspelden, zodat het kussen gemakkelijk is op te vouwen en mee te nemen.
  6. Leg de open zijde naar achteren. Bij het dichte deel aan de voorkant wordt het bekken gekanteld waardoor het gewicht op de zitbeenknobbels terecht komt. Als je het met de opening naar voren gebruikt zit je juist meer op de vagina.

Dilateren: waarom

  • De neo-vagina is een kunstmatige holte die op de lange termijn geneigd is te krimpen. Dit proces kan worden tegengegaan door regelmatig te dilateren. Een aantal dagen na de vaginaplastiek in het ziekenhuis begin je met het dilateren van de neo-vagina. Meestal begin je daarmee al in het ziekenhuis. Om die reden moet je een dilatatieset meenemen naar het ziekenhuis. Overleg met je plastisch chirurg, wanneer je het best kunt beginnen, en of je de hierna volgende werkwijze kunt gebruiken.
  • Dilateren betekent ‘ruimte maken’ of ‘uitzetten’. Je helpt de vagina dan met het behouden of verkrijgen van de breedte en diepte zoveel als mogelijk is. En wat mogelijk is verschilt voor iedereen, dat is bij cisgender vrouwen ook zo.
  • Het dilateren heeft een meervoudig doel: het bevordert de genezing en je raakt vertrouwd met je vrouwelijke orgaan. Het kan je meer bewust maken van je vrouw-zijn.
  • Het genezingsproces duurt 3 tot 6 maanden voor het grootste deel van de genezing en 9 tot 12 maanden voordat alles volgroeid is. In die tijd hecht de vagina in de buikholte door de vorming van nieuwe adertjes tussen het schedeweefsel en de aangrenzende weefsels in de buik. Doorgesneden zenuwen groeien aan en nieuwe zenuwen ontstaan. Dat kan soms gepaard gaan met plotseling opkomende pijn of een stekend gevoel of jeuk.
  • Het is belangrijk dat je bijtijds begint met dilateren. De vagina is kort na de operatie aan het genezen en het lichaam heeft de schede nog niet eigen gemaakt. Het beschouwt het ingebrachte eigen weefsel nog als vreemd en reageert hierop door het naar buiten te duwen, of anders zo klein mogelijk te willen maken. De vaginaschede zou slinken als je haar niet door middel van dilateren zou helpen het gewenste formaat te behouden of te bereiken, totdat deze volledig is volgroeid en vastgehecht in de buikholte.
  • In het eerste jaar zul je regelmatig en veel moeten dilateren. Beter te veel dan te weinig. Het eerste halfjaar elke dag minstens 2 maal 30 minuten. Als het goed gaat kun je dat in de loop van het tweede halfjaar geleidelijk verminderen naar 2 maal 30 minuten per week. In het algemeen dilateer je voldoende als het gemakkelijk gaat. Gaat het met moeite, of is het heen-en-weer bewegen pijnlijk, ga dan niet minder dilateren, maar meer of langer. Je kunt de dilator ook langere tijd rustig laten zitten in de vagina, en jezelf ontspannen. Volg de aanwijzingen van je arts. Als je arts andere aanwijzingen geeft, dan die hier staan, volg die dan op.
  • Wil je meer breedte en/of diepte bereiken, dan moet je daar in de eerste periode het meest aan werken. Dat kan moeite kosten, maar met jezelf bezig zijn kan ook plezierig zijn.
  • Na de operatie ben je een tijd minder mobiel. Omdat het belangrijk is bijtijds met dilateren te beginnen, is het goed om voordat je wordt geopereerd, de nodige materialen aan te schaffen. Je kunt dan rustig uitzoeken wat je denkt nodig te hebben.
  • Zie meer over de techniek van het dilateren op het tabblad: ‘Dilateren: techniek’ en in de patiëntenfolder van het Amsterdam UMC

Dilateren: techniek

  • Het is heel goed mogelijk dat je opziet tegen het dilateren. Je weet niet hoe het zal voelen en of het geen pijn doet. Maar als je goed bent voorbereid kan het ook prettig worden. Zoek om te beginnen een rustige plek op, waar je jezelf kan ontspannen. Dat kan op bed in je slaapkamer zijn. Leg extra kussens neer, waartegen je kunt leunen. Zorg voor een behaaglijke kamertemperatuur. Demp het licht voor de sfeer. Zet eventueel wat zachte muziek op als dat je helpt ontspannen. Je kunt ook eerst wat yoga-oefeningen doen. Een kamerjas of andere warme kleding kan voorkomen dat je het koud krijgt.
  • Zorg voor een schone omgeving en goed gewassen handen. Leg alles wat je nodig hebt voor het dilateren binnen handbereik. Dilator(s), vibrator(s), amandelolie en/of glijmiddel, en tissues om één en ander aan af te vegen. Een handspiegel erbij is prettig om af en toe te kijken naar wat je doet en hoe het er van onder nu precies uitziet. Leg een handdoekje neer om knoeiboel op te vangen. En een broekje met een maandverbandje of een inlegkruisje.
  • De beste manier om te beginnen is, een beetje achterovergeleund zitten, met een steuntje in je rug. Zie afbeeldingen 9 t/m 12. Trek je benen iets op en zet je voeten een eindje uit elkaar. Het is niet goed om je benen helemaal te spreiden of je knieën ver uit elkaar te buigen, dan komt er teveel spanning in de spieren van je onderlijf en je benen, en kun je gaan verkrampen, waardoor het dilateren juist moeilijker gaat. De bedoeling is dat je ontspannen kunt zitten. Als je goed zit, dan kijk je tegen je bovenbenen aan in een V-vorm, met je knieën ongeveer op ooghoogte, en staan je onderbenen en voeten achter je bovenbenen. Je moet zonder moeite met je hand(en) tussen je benen door bij je vagina kunnen komen. In de beschrijving hierna kun je voor dilator ook vibrator lezen, en voor glijmiddel kun je ook amandelolie lezen. Gebruik wat jou het best bevalt.
  • Doe wat glijmiddel op een dunne dilator. Het meeste zal van het gladde oppervlak afglijden, of bij het inbrengen eraf geduwd worden. Je kunt daarom ook een beetje in en rond je vagina aanbrengen met een vinger, of met een applicator, verkrijgbaar bij een drogist. Als je met een vinger olie inbrengt, kun je meteen voelen of dat gemakkelijk gaat of met moeite. De bekkenbodemspier kan weerstand bieden. Dat is de spier die in het perineum loopt, en waarin een opening is gemaakt om de schede in de buikholte te kunnen brengen. Deze spier is het niet gewend dat er tegen of doorheen geduwd wordt. Maar door het oefenen met een dilator wennen deze spier en jij er wel aan. Houd de dilator losjes vast, met de wijsvinger op de achterkant.
  • Breng de top van de dilator nu enigszins naar beneden gericht een klein stukje in de vagina. Doe het voorzichtig, en voel wat er gebeurt. Het is niet de bedoeling dat de vibrator in deze richting verder gaat, maar naar beneden kantelt. Nu moeten er twee dingen bijna tegelijk gebeuren: de vibrator passeert de bekken-bodemspier, en kantelt achter het schaambeen langs. Probeer de dilator zelf de goede weg te laten vinden. Je kunt de dilator ook een beetje ronddraaien terwijl je deze naar binnen brengt. Voeg wat glijmiddel toe als het stroef gaat. Zit er bloed of afscheiding op de dilator, veeg dit dan af met een tissue, en breng opnieuw glijmiddel aan. Je kunt de dilator ook in positie brengen door met duim of vinger van je andere hand op de top te duwen. In het begin kan het eng zijn om met je vinger(s) naar binnen te gaan, omdat je bang bent iets te beschadigen of de hechtingen los te trekken. Gebruik dan alleen de dilator(s) tot het moment dat de hechtingen vanzelf loslaten, of de arts ze verwijdert. De dilator hoeft niet in één keer helemaal naar binnen, met kleine stapjes steeds een stukje verder naar binnen is ook goed. Dit kun je combineren met een draaiende beweging, afwisselend links- en rechtsom of in één richting. Hiermee ga je door tot je de volle diepte van de vagina hebt bereikt. Dat geeft een speciaal gevoel dat je zult leren herkennen. Heb je de volle diepte bereikt, blijf dan de dilator draaien en lichtjes naar binnen duwen. Gaat het draaien stroef, draai de dilator dan rustig naar buiten en breng opnieuw glijmiddel aan.
  • Als het inbrengen goed gaat, dan kun je je knieën gaan strekken zodat je benen platter komen te liggen. Is het inbrengen of draaien pijnlijk, dan kun je de dilator ook langere tijd stil laten zitten in je vagina. Daarbij kun je ook gaan liggen, op je rug of op je zij met een kussen tussen je benen. Gaat het dilateren goed, of heb je even gerust, probeer dan een dikkere maat dilator, tot je 3 tot 3.5 cm diameter hebt bereikt. Gewoonlijk is deze maat te bereiken. Heb je eenmaal het juiste gevoel ontwikkeld voor het gebruik van de dilator, dan gaat het daarna gemakkelijker. Je moet zelf aanvoelen of en wanneer je een nog dikkere maat dilator kunt hebben. In het algemeen is het bewegen en/of vibreren van de dilator bevorderlijk voor de doorbloeding en daarmee ook voor de genezing. Gaat het dilateren moeilijk, stel het dan niet uit en bedenk dat niet dilateren geen optie is als je de omvang van je vagina wilt behouden. Overleg met je arts als je moeite hebt of houdt met het dilateren.
  • Het is belangrijk om de frequentie van dilateren aan te houden als je een baan hebt en enkele weken na de operatie je werk al hervat. Regel dat je op je werk gelegenheid krijgt om ook daar te rusten en te dilateren. Uiteindelijk zul je nog maar een of tweemaal per week hoeven dilateren, om je vagina op de gewenste afmetingen te houden. Je kunt ook andere vibrators proberen. De flexibele gaan makkelijker naar binnen maar zijn vaak stroever dan de harde vibrators. Met glijmiddel gaat dit prima. Heb je regelmatig seksuele omgang met een man, dan wordt dilateren minder noodzakelijk. Door penetratie van de vagina wordt deze op een natuurlijke manier gestimuleerd. Naarmate de genezing vordert, zal de vagina steeds meer lichaamseigen worden. Het weefsel van de schede verandert van structuur en wordt dunner. Sommigen maken melding van een eigen productie van glijvocht. Het is echter nog niet duidelijk (onderzocht) of en hoe dit mogelijk is.

Dilators

  • Om te dilateren gebruik je een dilator of een vibrator. Een dilator is een staaf of buis met een afgeronde top zie afbeelding 7; een vibrator kan er ook zo uitzien maar trilt door een ingebouwde elektromotor, zie afbeelding 8.
  • Beide moeten gemaakt zijn van niet-poreus en hygiënisch te reinigen materiaal omdat je ze herhaald gebruikt. Dat kan zijn van metaal, hardplastic of flexibele siliconen. Via internet zijn dilator-sets te koop: kunststof staven of tubes in opeenvolgende dikten, speciaal voor dit doel gemaakt.
  • Op de site www.vaginisme-info.nl staat informatie die ook voor transvrouwen nuttig kan zijn. Hier spreekt men van pelottes. Veel transvrouwen zullen de op deze site beschreven aan vaginisme verwante problemen herkennen, en kunnen baat hebben bij de behandelingen die worden beschreven. Als je moeite hebt met dilateren dan kun je ook een bekkenbodem-fysiotherapeut bezoeken.
  • Via de site www.pelvitec.com kun je de pelottes bestellen, onder de productnaam Feminaform. Vooral in de beginfase van het dilateren, maar ook later nog, kun je per oefensessie dilators van verschillende dikte nodig hebben, zodat aanschaf van zo’n set echt geen luxe is.
  • Je kunt een dikkere dilator gaan gebruiken, als je je vagina ruimer wilt maken. Je voelt zelf het best aan wanneer dat kan. Het hangt ook af van hoeveel je kunt hebben, en hoe het genezingsproces verloopt. Als je dit wilt doen, begin hiermee dan in het eerste halfjaar, zolang de vagina nog niet volgroeid is. Hoe verder de tijd vordert, hoe moeilijker het wordt de vagina op te rekken. De neo-vagina is en wordt nooit zo flexibel als die van een biologische vrouw.

Vibrators

  • Je kunt ook dilateren met een vibrator. De trillingen kunnen prettig aanvoelen, en het stimuleert de bloedsomloop. Het vibreren kan het inbrengen vergemakkelijken, of het kan je helpen te ontspannen als de vibrator in je vagina zit.
  • Kies je voor een vibrator, begin dan met één of meer gladde hardplastic vibrators, deze kunnen goed tegen oliehoudende glijmiddelen. Ze zijn verkrijgbaar in verschillende diktes, van 2 cm tot 4 of 5 cm. Een 3 cm dikke vibrator, als op afbeelding 8, is de meest gebruikte maat. Deze zijn bij vele (internet)winkels verkrijgbaar. Na de operatie zou deze 3 cm dikke vibrator moeten kunnen passen. Toch kan het dan nog moeilijk zijn om deze maat in één keer in te brengen, vooral in het begin. Heb je moeite om je vagina te ontspannen of is het inbrengen in het begin pijnlijk, dan kun je een sessie beginnen met een dunnere vibrator, en even later als je gewend bent, een dikkere nemen. Net alsof je een set pelottes hebt. Daarom is het goed om enkele in dikte oplopende vibrators aan te schaffen. De dunnere maten zijn wel lastiger te vinden.
  • Een vibrator kan ook van siliconen zijn, dat materiaal kan ook goed tegen olie. Siliconen vibrators zijn flexibel, wat prettiger kan zijn bij het inbrengen dan hardplastic. Voorbeelden zie afbeelding 13. Ze zijn wel stroever, zodat inbrengen met een glijmiddel op waterbasis weer gemakkelijker gaat. Gebruik bij een siliconen vibrator geen silicone-glijmiddel, dat is een glijmiddel dat zelf siliconen bevat, want dat tast het materiaal aan. Door de stroefheid van een siliconen vibrator is het niet aan te bevelen om hiermee in het eerste halfjaar al te beginnen. Als je het toch wilt proberen gebruik dan extra veel glijmiddel.

Glijmiddelen

  • De neo-vagina heeft (meestal) geen slijmvlies. Daarom heb je een glijmiddel nodig om een dilator of vibrator in te brengen, of wanneer je seks wilt hebben met een man.
  • In het begin kun je als glijmiddel amandelolie gebruiken. Dat is verkrijgbaar bij een drogist. De olie wordt door de huid opgenomen, het voorkomt plakkerigheid van de huid in de vagina, roodheid en irritatie, en het bevordert de genezing. De olie zelf hoeft na het dilateren niet te worden uitgespoeld; dit staat natuurlijk los van het normale spoelschema. Olie is wel stroever dan een glijmiddel op waterbasis, zodat de dilator of vibrator minder snel heen en weer kan glijden.
  • Als je een glijmiddel op waterbasis gebruikt, is het beter om daarna wel te spoelen. Bijvoorbeeld KY-gel of Sensilube van Durex. Wil je een glijmiddel uitproberen, dan kun je dat doen op een dag dat je toch al spoelt volgens het spoelschema en voorkom je dat je extra moet spoelen.
  • Als je olie als glijmiddel gebruikt voor het dilateren of voor de verzorging, dan blijft er altijd wat olie in de vagina achter. Als je daarnaast ook seksueel contact hebt, dan is het beter om condooms te gebruiken die tegen olie kunnen, zoals het Avanti condoom van Durex. Dit condoom is ook bedoeld voor mensen met een latex-allergie. Gewone of latex condooms worden aangetast door de olie, ze worden poreus en kunnen stuk gaan tijdens het vrijen. In beide gevallen geven ze niet meer de bescherming waar je op rekende, en kun je alsnog besmet worden met SOA’s of het HIV-virus.

HIV en SOA's

Door de structuurverandering en de dunnere huid is je neo-vagina net zo vatbaar voor SOA’s en HIV als die van cisgender vrouwen. Bij seks gelden daarom voor vrouwen met een transgender achtergrond dezelfde regels als voor andere mensen.

Borstvergroting

Borstvergroting. Bij deze operatie worden implantaten ingebracht waardoor de borsten meer volume kijgen. Ook kunnen de vorm en de verhouding verbeterd worden.

Het klierweefsel groeit nadat gestart is met de vrouwelijke hormonen zeker nog twee jaar door, dus doe deze operatie niet te vroeg.

De borstvergroting bij transgender vrouwen wordt momenteel alleen vergoed door de zorgverzekeraar als er nauwelijks of geen sprake is van borstvorming (nauwelijks is de afwezigheid van een infra-mammaireplooi en klierweefsel van minder dan 1 cm aangetoond door een echo). Deze operatie wordt alleen vergoed onder bepaalde voorwaarden. Zie ook op onze pagina ‘zorgverzekering‘ het onderdeel over dit onderwerp. Op dit moment wordt er bij het ministerie van VWS gewerkt aan een voorstel om borstvergroting van transgender vrouwen toch te gaan vergoeden.

Aangezicht

Aangezichtscorrecties. Er is een groep transgender vrouwen die na de medische transitie kampt met (grote) passabiliteitsproblemen. Om de passabiliteit te verbeteren is soms plastische chirurgie aan het gelaat (kaak, kin, voorhoofd en/of neus) nodig. De noodzaak wordt per individu bekeken door de plastisch chirurg en door de medisch specialist van de zorgverzekeraar.

Stem

Stemoperatie. Bij deze operatie worden de stembanden ingekort om de stem te verhogen. Deze operatie wordt vergoed uit de basisverzekering, mits de stemfrequentie na logopedie niet hoger is dan 160 Hz.

Adamsappel

Adamsappel correctie. Bij deze operatie wordt de adamsappel verkleind. Deze operatie wordt alleen vergoed uit de basisverzekering als de adamsappel, aantoonbaar bv. met een foto, meer dan 5 mm vóór de halscontour uitsteekt.