header_jongeren_06

Nederland is vooralsnog een van de weinige landen waar transgender kinderen en jongeren vroeg behandeld kunnen worden. Er zijn twee genderteams in Nederland waar een volledige medische transitie mogelijk is: het genderteam bij het Amsterdam UMC (voorheen VUmc) en het genderteam bij het UMCG in Groningen. Alleen het genderteam van het Amsterdam UMC (VUmc) behandelt transgender kinderen en jongeren. In het land zijn nog een aantal behandelcentra die vooralsnog met name het psychologische deel van het traject voor hun rekening nemen. Zie onze pagina behandelaars.

Aanpak
Als je met deskundigen wilt spreken omdat de genderidentiteit van je kind niet overeen komt met het biologische geslacht, kun je je wenden tot het genderteam van het Amsterdam UMC (voorheen VUmc) (volwassenen en kinderen) of tot een van de vrijgevestigde psychologen die zich hebben gespecialiseerd in genderdysforie bij kinderen en jongeren en die een diagnose kunnen stellen. Zie ook onze pagina behandelaars.
Sociale transitie

Sociale transitie is het gaan leven in de rol van het andere geslacht (zie ook onze pagina ‘coming out‘). Veel kinderen gaan op jongere leeftijd al leven in de geslachtsrol die overeen komst met hun identiteit. Mocht dat nog niet het geval zijn dan moet de sociale transitie starten gelijktijdig met de start van de cross- sekse hormonen.

Psychische transitie

Meerdere onderzoeken, zowel nationaal als internationaal, hebben inmiddels uitgewezen dat bij de meeste transgender kinderen en jongeren de psychische gesteldheid verbetert als ze kunnen en mogen zijn wie ze zijn.

Medische transitie

Het medisch ingrijpen bij kinderen bestaat, naast psychologische begeleiding, alleen uit het geven van puberteitsremmers. Het daadwerkelijk verstrekken van geslachtshormonen (cross-sekse hormonen) gebeurt (onder voorwaarden) pas vanaf het 15e jaar en operaties worden niet voor het 18e jaar uitgevoerd. Op deze pagina gaan we in op de verschillende stappen in dit proces:

Aanmelding

Je kunt je kind aanmelden bij een van de op de pagina behandelaars genoemde organisaties doen. Je hebt daarbij een verwijzing van je huisarts nodig.

Intake fase

Ouders die willen dat hun kind verder wordt wordt onderzocht op genderdysforie, kunnen hun kind aanmelden bij een van de behandelaars. Na aanmelding wordt er een intakegesprek gevoerd. Na het intakegesprek is er meestal een wachtperiode voordat verdere gesprekken om tot diagnose te komen kunnen worden gevoerd.

Diagnostische fase

  • In de diagnostische fase zijn er meerdere gesprekken. Deze gesprekken zijn soms met de ouder en het kind en soms alleen met het kind. Bij het kind worden testen afgenomen. Ook de ouders krijgen diverse vragenlijsten in te vullen. Bij (zeer) jonge kinderen wordt gespeeld en getekend om een indruk te krijgen van hun belevingswereld. Ouders en het kind kunnen in deze fase te maken met verschillende hulpverleners en soms ook met studenten. Degene waar je het eerste intakegesprek mee hebt gehad, is de coördinator tijdens het hele proces. Als je tijdens deze fase vragen hebt, dan kun je deze persoon aanspreken.
  • Het diagnosticeren van kinderen is een vak apart en wordt door getrainde mensen gedaan. Daardoor kan er een wachttijd voor die testen zijn. Gevolg is dat de diagnostische fase soms lang duurt. Omdat dit een fase is waarin er voor het kind en de ouders vaak een hoop onrust is, kan dit heel vervelend zijn. De diagnostische fase neemt minimaal 5 maanden in beslag.
  • De intakeprocedure wordt om een aantal redenen heel zorgvuldig uitgevoerd. Er zijn veel vragen te beantwoorden. De kinderen staan op een ingewikkelde manier in het leven. Om die reden is het goed dat er zorgvuldig gekeken wordt naar het kind. Wat zijn de sterke en zwakke kanten van dit kind? Hoe reageert de omgeving erop? Hoe gaat het op school? Hoe is de opvang in het gezin en in de verdere familie? Zijn er nog andere zaken aan de hand, bv. een depressie, ADHD of problemen met leren?
  • Na afloop van de diagnostische fase er een adviesgesprek met de ouders en het kind. Hierin worden de resultaten en de eventuele diagnose besproken. Als verdere begeleiding nodig is wordt bekeken waar dat het beste kan gebeuren. Het Amsterdam UMC (VUmc) begeleidt niet zelf het hele proces waar ouders en kinderen voor staan. De andere behandelaars begeleiden meestal wel zelf. Bij ons informatiepunt zijn adressen bekend van goede psychologen, die deze begeleiding geven. Zie ook onze pagina ‘behandelaars‘ tabblad psychologische ondersteuning.

Stand still fase

Nadat een eventuele diagnose is gesteld, worden een geen medische behandelingen bij het kind uitgevoerd. Pas als het kind in de puberteit komt kunnen puberteitsremmers worden gegeven. Van operaties is pas sprake na het 18e levensjaar. Ouders en/of gender kinderen kunnen tijdens de stand still periode psychische ondersteuning krijgen van gespecialiseerde (GGZ) instellingen. Zie ook onze pagina behandelaars, het tabblad psychologische ondersteuning. Informeer ook even bij ons informatiepunt (030 410 02 03 of mail) of er nog behandelaars zijn bijgekomen. Of een kind in deze periode een sociale transitie doormaakt en (meer en meer) gaat leven in het wensgeslacht is afhankelijk van de keuze van het kind en de ouders.

Hormonen puberteitsremmers

  • De hormonale behandeling bij jongeren kent twee fasen: 1. het geven van puberteitsremmers en 2. het geven van cross-sekse hormonen. Hier wordt verder ingegaan op fase 1, In het hoofdstuk Hornomen cross-sekse wordt ingegaan op fase 2.
  • Pas vanaf het intreden van de puberteit en nadat het kind tenminste 11 jaar is, kan er worden gestart met een hormonale behandeling in de vorm van puberteitsremmers (de zgn. reversibele GnRH anologe behandeling). Voor die tijd bestaat de hulp uit psychologische hulp en het begeleiden van het kind/jongere en ouders in het omgaan met de genderdysfore gevoelens en de problemen die daaraan gerelateerd (kunnen) zijn.
  • Er bestaan twee redenen om met puberteitsremmers te starten. Ten eerste geeft het de genderjongere meer tijd om de genderidentiteit te ontdekken, omdat het de ontwikkeling van de geslachtskenmerken remt. Daardoor ontstaat meer tijd om uit te zoeken in welke richting het gendergevoel evolueert. Ten tweede ondersteunt het gebruik van puberteitsremmers de eventueel latere transitie, aangezien verhinderd wordt dat primaire en secundaire geslachtskenmerken (verder) tot ontwikkeling komen (denk aan: borstgroei, groei testes/penis, baard in de keel, spier/vetverdeling, baard, verdere beharing, etc.). Het gebruik van deze puberteitsremmers is omkeerbaar (reversible).
  • Als het kind/de jongere aantoonbaar in de puberteit komt en het heeft gevraagd de geslachtsontwikkeling van het geboortegeslacht te stoppen en de ouders zijn daarmee akkoord, kan gestart worden met puberteitsremmers. (Voorwaarde is wel dat ook behandelaars akkoord zijn).
  • Het tijdstip van het opstarten van de behandeling met puberteitsremmers wordt bepaald door tenminste de leeftijd van 11 jaar en het intreden van de puberteit in het Tanner stadium 2, waarbij de productie van geslachtshormonen op gang komt en secundaire geslachtskenmerken zichtbaar worden. Dit verschilt voor jongens en meisjes en van kind tot kind. Het ontwikkelingsstadium is dus leidend. Er is geen hormonale behandeling mogelijk of nodig voordat de puberteit start. De behandeling kan dus pas starten als het kind tenminste 11 jaar is en vanaf Tanner stadium 2.
  • De endocrinoloog/kinderarts onderzoekt in welke ontwikkelingsfase (zgn. Tanner stadium) de jongere zich bevindt en welke behandeling geschikt is door onderzoek aan het lichaam en door de hormonale bloedwaarden vast te stellen.
  • Voor meisjes schommelt het intreden van de puberteit tussen 8 en 13,5 jaar. Start van de puberteit valt af te lezen aan de borstontwikkeling, de groei van de baarmoeder, een algemene groeiversnelling, een toename van de botontwikkeling, de vrouwelijke lichaamsvetverdeling en de hormoonwaarden in het bloed.
  • Voor jongens wordt er gekeken naar het volume van de testis, dat 4 ml moet bedragen, wat ergens tussen 9 en 14,5 jaar is en verder de groei van het lichaam, toename botontwikkeling en hormoonwaarden in het bloed..
  • Nadat de behandeling met puberteitsremmers is gestart volgt de endocrinoloog/kinderarts de verdere puberteitsontwikkeling, de hormonale therapie, de botontwikkeling en de groei.
  • Behandeling met puberteitsremmers is omkeerbaar en dus niet definitief. Indien er gestopt wordt, gaat het eigen puberteitsproces gewoon weer verder. Uit de praktijk blijkt dat de reacties op de lichaamsveranderingen bij de intrede van de puberteit vaak intens zijn en soms ook ‘verrassend’: in sommige gevallen zorgt de intrede van de puberteit voor een verandering in de genderidentificatie.

Hormonen cross-sekse

Jongeren die 15 jaar of ouder zijn en die door het behandelteam zijn gediagnosticeerd als genderdysfoor, kunnen geslachtshormonen krijgen van het wensgeslacht (cross-sekse hormonen), onder de voorwaarde dat ze al minimaal 2 jaar puberteitsremmers hebben gebruikt. Omdat deze hormonen hetzelfde zijn als die voor volwassenen wordt voor de beschrijving verwezen naar pagina ‘hormonen‘ voor volwassenen met de tabbladen voor transmannen en voor transvrouwen.

Chirurgische behandelingen

Genderbevestigende operaties worden niet eerder uitgevoerd dan nadat de jongere 18 jaar of ouder is. Deze operaties worden hier niet verder beschreven, omdat ze gelijk zijn aan de behandeling bij volwassenen. Voor nadere informatie over de operaties wordt verwezen naar de betreffende pagina bij de volwassenen (‘Operaties‘, met tabbladen voor de operaties bij transmannen en bij transvrouwen).

Vergoeding

Voor informatie over de vergoeding van de behandelingen wordt verwezen naar de pagina ‘Zorgverzekering‘ en de pagina ‘Fiscaal‘.

Juridische transitie

Voor informatie over de juridische geslachts- en naam aanpassing wordt verwezen naar onze pagina ‘Juridisch‘.

Contact

Je kunt in contact komen met andere ouders en je kind of jongeren met andere kinderen die zich hetzelfde voelen door contact op te nemen met onze medewerkers van Genderkind en ouders (Go) en het bezoeken van een of meer van hun bijeenkomsten. Voor verdere informatie zie onze categorie lotgenoten’, de pagina van Go met informatie over bijeenkomsten voor ouders, kinderen en andere familieleden en speciaal de pagina van Go voor jongeren bijeenkomsten. Go heeft ook een Forum voor ouders van transgender kinderen, informatie daarover op de pagina van Go.

Vragen

Je kunt op verschillende plaatsen terecht met je vragen:

  • Je kunt de zelfhulpgroep van Go, zie de pagina van Go.
  • Je kunt een medewerker van Go benaderen voor het nummer zie de pagina van Go.
  • Je kunt ons informatiepunt benaderen met je vragen (030 410 02 03 of via de mail).
  • Veel informatie is opgenomen op deze website. Je vind deze informatie onder het kopje ‘Info’ (hier vind je ook een uitgebreide literatuurlijst en links naar andere websites en organisaties) of op de pagina ‘Transitie