header_jongeren_04

Op deze pagina gaan we in op de begrippen genderzoekend, transgender en non binair bij kinderen en jongeren. Voor meer begrippen zie onze pagina begrippen.

Bewustwording van het ervaren van een andere genderidentiteit dan het geboortegeslacht komt al voor vanaf ca. 3-jarige leeftijd. Van de 12-14-jarigen geeft 2% gevoelens van genderincongruentie aan, dit loopt geleidelijk terug naar 1,5 % van de 21-24-jarigen (Graaf et al. 2017). Terugkijkend, herkennen veel transgender kinderen en hun ouders dat er al op jonge leeftijd signalen van genderincongruentie waren die ze toen niet wisten te duiden.

Naast alle informatie op deze website’ wijzen we je ook op onze bijeenkomsten voor ouders van een transgender of non binair kind, zie daarvoor onze pagina Genderkind en ouders.

We maken onderscheid tussen kinderen (tot ca. 12 jaar) en jongeren (12 – 18 jaar). Als we geen onderscheid maken dan geldt het geschrevene voor beide groepen.

Genderzoekend noemen we kinderen en jongeren die vragen hebben over en zoeken naar hun genderidentiteit. Ze hebben, als geboren jongen of meisje, niet het gevoel (volledig) een jongen of een meisje te zijn. Deze kinderen verkennen de ruimte: zijn ze jongen, zijn ze meisje, zijn ze misschien wel geen van beiden of juist allebei?

Soms gaat het om een geboren meisje dat liever stoer dan meisjesachtig is, of een geboren jongen die lang haar wil hebben en met poppen wil spelen. Soms is het allemaal niet zo duidelijk, maar zegt een kind liever een jongen of een meisje te zijn, of zelfs te zijn. Soms zijn er problemen die onverklaarbaar zijn, praat het kind nergens over of trekt het zich terug in zichzelf.

Het is overigens heel normaal dat jonge kinderen cross-seksegedrag vertonen: jongens proberen typische meisjesdingen uit en omgekeerd. Ze zijn op zoek naar wat hun invulling is van ‘jongen’ of ‘meisje’ te zijn. Volwassenen koppelen daar soms wat meer aan: ‘Je ziet nu al dat het een homo gaat worden’. Maar dat klopt niet! Cross-sekse gedrag zegt niets over de latere geaardheid van het kind of over het al dan niet transgender zijn.

23

Het woord ‘transgender’ wordt op twee manieren gebruikt:

  1. als paraplubegrip, voor een breed scala aan genderidentiteiten en genderexpressies.. Het wordt gebruikt voor iedereen (kinderen, jongeren en volwassenen), die zich niet, of in mindere mate identificeert met het geslacht dat bij geboorte is toegekend;
  2. in engere zin, voor mensen die een gehele of gedeeltelijke transitie naar het andere geslacht nastreven of hebben ondergaan.

 

Transgender kinderen hebben vragen over hun genderidentiteit. Ze hebben als geboren jongen of meisje niet het gevoel een jongen of een meisje te zijn. De mismatch tussen beleefde genderidentiteit en het biologische geslacht wordt ook wel genderincongruentie of genderdysforie genoemd.

435509106_54345
8

Transgender jongen: kind of jongere die zich identificeert met met een (overwegende) mannelijke genderidentiteit, ondanks dat deze bij de geboorte als ‘vrouwelijk’ is geregistreerd.

Transgender meisje: kind of jongere die zich identificeert met een (overwegende) vrouwelijk genderidentiteit, ondanks dat deze bij de geboorte als ‘mannelijk’ is geregistreerd.

13

Non binair noemen we een kind of jongere die zich identificeert met beide geslachten, met geen van beide geslachten, of met iets totaal anders dan het binaire concept ‘man’ of ‘vrouw’.

Non-binair is een parapluterm. Er zijn verschillende termen voor genderidentiteiten die buiten het binair gendermodel vallen: ‘genderqueer’, ‘gender non-conform, ‘agender’, ‘genderfluïde’, ‘bigender’,… Deze genderidentiteiten hebben met mekaar gemeen dat ze zich buiten de tweedeling man/vrouw, de binaire gendernorm bevinden, maar onderling verschillen ze wel.

Genderincongruentie ofwel een verschil tussen de genderidentiteit en het biologische geslacht van een kind gaat niet over seksuele voorkeur. Het gaat om een langdurig en diep gevoeld niet passen bij het geboortegeslacht. De seksuele voorkeur kan net als bij mensen bij wie hun genderidentiteit overeen komt met het biologische geslacht variëren naar alle verschijningsvormen, zoals hetro-, bi-, homoseksueel).

Ouders, maar ook leerkrachten op school en professionals zouden aan alle kinderen veel vaker vragen moeten stellen over hun genderidentiteit. Hoe ze zich voelen en of ze daar blij mee zijn. Veelal wordt over dit onderwerp alleen gesproken als ouders ander gedrag menen te zien. Jeugdprofessional Bastiaan geeft dit belangrijke advies aan alle ouders, zodat geen kind tussen wal en schip valt. In de praktijk blijkt dit onderwerp vaak in het geheel niet besproken te worden

12