header_jongeren_01

Op deze pagina gaan we in op een aantal vragen die er kunnen zijn als je kind aangeeft zich niet te herkennen in zijn geboortegeslacht.

De zoektocht van kinderen naar hun genderidentiteit, zeker als deze afwijkt van het ‘normale’ patroon, plaatst je als ouder voor specifieke vragen en problemen. Veel ouders hebben vroeger of later de volgende vragen:

  • Ga je mee in de voorkeur van je kind? Of is het beter om dat niet te doen? En zo niet, kan het kind dan nog wel zichzelf zijn?
  • Kun je er met familie en vrienden over praten? Of is het beter om het binnen het eigen gezin te houden?
  • Wat doe je met school? Wat zeg je tegen de leerkracht en de klas?
  • Hoe ga je ermee om als je kind vanwege zijn/haar afwijkende (gender)gedrag wordt gepest? Kun je pesten voorkomen? En zo ja, hoe?
  • Hoe zorg je dat je kind de aansluiting met andere kinderen blijft vinden?
  • Hoe kun je je kind helpen met verwerken dat hij/zij anders is dan andere kinderen?
  • Wat zal er later worden van je kind?
  • Hoe ga je om met reacties uit je omgeving ?
  • En hoe verwerk je je eigen gevoelens hierover ?

Op dit soort vragen vind je geen antwoord in een (algemeen) opvoedkundig boek. Het zijn meestal ook geen vragen, waarvoor je bij mensen in jouw directe omgeving terecht kunt. Je kunt erover praten met andere ouders die hetzelfde meemaken bv. in de bijeenkomsten van Genderkind en ouders. Naast veel informatie op deze website heeft Transvisie het boekje ‘Hoera, een mensje!‘ uitgebracht, praktische leidraad voor ouders en leerkrachten. In het buitenland komen goede artikelen uit over hoe om te gaan met deze kinderen. Op de Engelse website Genderspectrum staat een uitgebreid artikel over de opvoeding van deze kinderen.

Een vraag waar je als ouder mee te maken kunt krijgen, is het kiezen van het moment dat het kind de vrijheid krijgt om volledig zichzelf te zijn. Daar hoort bij dat het kind kleding draag die het mooi vind en het speelgoed krijgt waar het blij van wordt, ook als dat niet past bij de rol die het kind bij de geboorte kreeg toebedeeld. Dat heet een rolwissseling of een transitie. Er is inmiddels veel wetenschappelijk onderzoek gedaan waaruit blijkt dat kinderen die de ruimte krijgen om uiting te geven aan wie ze zijn en die hun eigen gendervorm mogen ontdekken daar positief op reageren

Het advies van het Amsterdam UMC (VUmc) is om terughoudend te zijn met een rolwisseling bij jonge kinderen. Een te vroege rolwisseling zou in de ogen van het AUMC het kind te veel vastleggen in zijn/haar ontwikkeling, waardoor er geen weg terug meer zou zijn.

Er kunnen er goede redenen zijn om ook een jong kind de ruimte te gunnen om zichzelf te zijn en daar uiting aan te geven. De belangrijkste reden is dat het kind zich mooi en gelukkig kan voelen. Meestal is het wel nodig om de veranderingen in een rustig tempo te laten gebeuren. Dan kan iedereen in het gezin, de school en familie meebewegen. Het is voor het kind fijn als het in een veilige omgeving in alle rust kan ontdekken welke genderrol past en dan help een goede ondersteuning vanuit de omgeving. Een hele snelle rolwisseling kan voor onveiligheid zorgen.

Vaak denken we bij het maken van keuzes dat er maar twee mogelijkheden zijn, de meisjes rol en de jongensrol. Er is een groep kinderen waarbij de keuze tussen de twee stereotype genderrollen te beperkt is, zij kiezen een meer neutrale, non-binaire positie. Juist deze kinderen hebben ruimte nodig om te experimenteren en uit te vinden welke genderrol voor hen passend is. Er zijn ook kinderen die zich wisselend in een jongensrol, een meisjesrol of een neutrale rol thuis voelen. Dat kan wisselen over een langere tijd of zelfs per dag en heet genderfluïde.

Er zijn inmiddels meerdere (internationale) wetenschappelijke onderzoeken naar de psychische gezondheid van transgender kinderen die jong in transitie zijn gegaan gepubliceerd. Ze worden daarbij vergeleken met een groep ‘gewone’ kinderen. Uit deze onderzoeken blijkt dat transgender kinderen die vroeg de ruimte kregen om zichzelf te zijn een goede psychische gezondheid hebben, die vergelijkbaar is met ‘gewone’ kinderen, dit in tegenstelling tot bij transgender kinderen waarbij de transitie later plaatsvond. Het onderzoek, Mental Health of Transgender Children Who Are Supported in Their Identities, van Kristina R. Olson, PhD, Lily Durwood, BA, Madeleine DeMeules, BA, Katie A. McLaughlin, PhD gepubliceerd in het tijdschrift Pediatrics gaat hier uitgebreid op in en is te vinden op internet. In het Amerika gaan steeds meer stemmen op om kinderen ook op jonge leeftijd de ruimte te gunnen om te onderzoeken hoe, welke gendervorm bij ze past. Dat wordt als normaal onderzoekend gedrag gezien. Supporting and Caring for transgender children is een uitgebreid artikel van de Amerikaanse Academie voor Kinderartsen, met daarin en warm pleidooi om transgender kinderen te ondersteunen en de ruimte te geven om ook al op jonge leeftijd hun genderruimte te onderzoeken.

Volgens Transvisie maatwerk geboden: soms stimuleren, soms remmen, soms laten gaan. Het lastige is dat het advies van de hulpverleners altijd vanaf de zijlijn komt, terwijl je als ouders er middenin zit en daardoor een andere visie kunt hebben. Kortom, er kunnen goede redenen zijn voor een vroege rolwisseling, maar er kunnen ook goede redenen zijn om dat juist wat rustiger aan te doen. Het belangrijkste is, dat de ouders een goede inschatting maken van wat voor hún kind de beste weg is. Geef het kind de ruimte om te onderzoeken welke genderrol het beste past, geef ze daarbij veiligheid en ruimte, ook om eventueel ‘terug’ te kunnen gaan naar de rol van het geboortegeslacht.

Uit diverse onderzoeken is inmiddels ook gebleken dat, het gebruiken van de een naam die past bij het gewenste geslacht van een transgender kind, het kind ruimte en ontspanning geeft. Veelal wordt gezien dat de algemene mentale gezondheid verbetert en er minder sprake is van depressieve klachten (zie het artikel van K. Rodriguez-Cayro en artikel van holebi.info).

Ieder mens, en dus ook ieder kind, wil graag aan de buitenkant laten zien wie hij/zij/hen is. Kleding, sieraden, manier van spreken, het zijn allemaal uitingsvormen van wie we zijn. Als je goed kijkt naar jouw kind, dan weet je meestal of dat wat het kind aan de buitenkant laat zien, klopt met hoe het kind aan de binnenkant is. Denk je dat de manier van kleden, van leven en van doen overeenkomt met die binnenkant? Of moet het kind voldoen aan de verwachtingen die horen bij hoe het bij de geboorte is ingeschreven, als jongen of als meisje.

13

Als het kind niet voldoende kan laten zien wie het is wordt het daar ongelukkig van. Dan is het nodig om meer ruimte te bieden zodat het kind kan ontdekken wat wel passend is.

Ruimte om zichzelf te zijn is voor ieder kind belangrijk, zelfs noodzakelijk. Ouders worden onzeker over de situatie waarin het gedrag, de kleding, de hobby’s van hun kind afwijken van wat gangbaar is. Te denken valt aan een voorkeur voor kleding, speelgoed of een sport die in onze cultuur in specifiek in verband wordt gebracht met een jongens- of meisjesvoorkeur. Als het kind tegen die norm in gaat kun je als ouder het gevoel krijgen: ‘Dit gaat te ver !’ en daar kun je erg onzeker van worden.

Heb je het gevoel dat jouw kind kan laten zien wie hij/zij is, dan is er geen reden om dingen te veranderen. Op het moment dat een kind meer ruimte krijgt om uiting te geven aan wie hij/zij/hen is, schieten sommige kinderen door en willen ze alles tegelijk. Vooral als ze lang hebben moeten onderdrukken wie ze in werkelijkheid zijn. Dan kan het goed zijn om de rem erop te zetten en het tempo meer geleidelijk te laten zijn. Het is belangrijk dat de omgeving, zoals de school en familie, kan meegroeien in de veranderingen van het kind. Zij hebben dan de tijd om te zorgen voor een veilige omgeving. Meestal is het voor het kind zelf ook beter als de veranderingen wat rustiger gaan.

voor-de-pr-

Wees gerust! Meestal heeft de familie al lang in de gaten dat er iets aan de hand is. Het kan zelfs zijn dat familieleden zich afvragen of en hoe ze er met jou over moeten beginnen.

Wat over het algemeen goed werkt, is om informatie van deze website of artikelen uit tijdschriften te lezen te geven. Ook het boekje ‘Hoera, een mensje!’ leidraad voor ouders en leerkrachten van transgender kinderen kan vragen van de familie beantwoorden.

Onze ervaring is dat de familie meestal positief reageert. Meestal geeft het een hoop ontspanning, als ‘het’ (eindelijk) wordt besproken. Hoe jouw familie gaat reageren, moet je natuurlijk zelf inschatten. Soms ligt het zo moeilijk dat je er inderdaad beter niet over kunt beginnen. Bedenk echter wel dat grote geheimen voor kinderen heel moeilijk zijn. Daarnaast is het lastig te verkopen dat je kind wel zichzelf mag zijn, maar bv. niet bij oma.

Transgender kinderen vragen veel aandacht van de ouders. Er moeten gesprekken plaatsvinden met de’ buitenwereld’. Het kind wordt onderzocht bij een genderteam en soms intensief begeleid. Dat kan zo veel zijn, dat de andere kinderen in het gezin kortere of langere tijd aandacht te kort komen. Terecht voelen ze zich soms tekort gedaan. Ook zij hebben de nodige emoties rond de veranderingen van het transgender kind. Je zult maar het broertje zijn van een transgender broertje, dat plotseling een jurk gaat dragen. Gevoelens van boosheid, onzekerheid, jaloezie of ergernis zijn normaal. Besteed daar aandacht aan. Probeer genderdysforie ook voor je andere kinderen begrijpelijk te maken. Soms is het zelfs nodig om pas op de plaats te maken, omdat de andere kinderen dat nodig hebben.

De meeste ouders beseffen niet altijd dat ook de andere kinderen van het gezin te maken krijgen met de ‘buitenwereld’. Soms zelfs meer dan het transgender kind zelf. Zij moeten zich meer dan eens verantwoorden voor het gedrag van hun transgender broer of -zus. Pesten met een transgender broer of -zus komt voor.

Als het transgender kind met zijn/haar verhaal naar buiten komt, heeft dat dus ook invloed op de positie van je andere kinderen. Dit wordt nog al eens vergeten. Als je het verhaal vertelt op de basisschool van je transgender kind, wees dan niet verbaasd als het binnen een paar dagen ook op de middelbare school van je andere kind bekend is. Besteed daarom aandacht aan de positie van de andere kinderen. Zorg dat ook hun leerkracht of mentor weet van de veranderingen in het gezin. Soms is het zelfs nodig om ook in de klas van de andere kinderen voorlichting te geven over genderdysforie.

14