In nieuws

De meervoudige kamer van het team Familie- en Jeugdrecht van de rechtbank Limburg heeft het verzoek van de officier van justitie toegewezen om in de geboorteakte van belanghebbende de vermelding van het geslacht ‘vrouwelijk’ te verbeteren in ‘geslacht is niet kunnen worden vastgesteld’. Zie de uitspraak.

Het betreft hier iemand met een intersekse conditie, waarvan na de geboorte het geslacht niet kon worden vastgesteld. De ouders hebben toen in de geboorteakte laten opnemen dat het kind van het mannelijk geslacht was, omdat dat makkelijker zou zijn voor het kind. In de pubertijd kwam belanghebbende erachter dat zij zich niet mannelijk voelde en heeft een geslachtsaanpassing naar vrouwelijk ondergaan. Ook dit geslacht paste uiteindelijk niet, omdat belanghebbende zich als genderneutraal beleeft. Belanghebbende wil de erkenning dat er een derde gender is, omdat er mensen zijn die zich noch man, noch vrouw voelen.

De rechter oordeelde dat, gelet op de maatschappelijke en juridische ontwikkelingen de tijd rijp is voor de erkenning van een derde gender. Volgens de rechtbank is er sprake van een inbreuk op het privéleven, het zelfbeschikkingsrecht en de persoonlijke autonomie van belanghebbende, nu belanghebbende zich niet als genderneutraal kan laten registreren. De rechter is van mening dat de wetgever nu aan zet is om dit wettelijk gezien mogelijk te maken. Zie ook.