In Persberichten Transvisie

De transgender belangenorganisaties Transvisie en Transgender Netwerk Nederland (TNN) benadrukken dat spijt bij transgender personen heel weinig voorkomt. Zij reageren daarmee op de Zembla (BNNVARA) uitzending van vanavond, die gaat over spijt bij transgender personen. Transvisie en TNN willen voorkomen dat transgender personen en hun omgeving ten onrechte bang worden voor spijt.

Het gebeurt gelukkig zelden dat een transgender persoon spijt heeft van een transitie”, stelt Lisa van Ginneken, voorzitter van Transvisie. Het weinige onderzoek dat er is, bevestigt dit. Direct na de uitzending publiceert Zembla vanavond op hun website (zembla.bnnvara.nl) een interview met Lisa van Ginneken, waarin zij namens de transgender belangenorganisaties reageert op het onderwerp.

Onderzoek in het Kennis- en Zorgcentrum Genderdysforie van het Amsterdam UMC rapporteert dat slechts 0,5% van de personen die geslachtsaanpassende chirurgie hebben gehad, spijt heeft [i]. Dit cijfer is niet hard, maar sluit wel aan bij ander onderzoek. Twaalf klinieken in de Verenigde Staten die in een onderzoek zijn vergeleken, behalen vergelijkbare lage spijtcijfers [ii].

Het blijkt daarbij niets uit te maken of de psycholoog een rol vervult als poortwachter zoals in Nederland het geval is, of dat een beknoptere vorm van screening wordt toegepast zoals in onder meer de Amerikaanse klinieken uit het genoemde onderzoek. “Laten we dus niet uit angst voor spijt de toegangscontroles voor medische behandeling nog verder uitbreiden”, aldus Brand Berghouwer, voorzitter van TNN.

Spijt moet niet verward worden met experimenteren. Een zoektocht naar je genderidentiteit is een proces, geen project met een vaststaand resultaat. Experimenteren en onderzoeken hoort daar bij. Terugkeren op je schreden ook”, stelt Lisa van Ginneken. Om de kans op spijt zo klein mogelijk te maken pleiten Transvisie en TNN ervoor om transgender personen zo veel mogelijk ruimte te geven om te experimenteren met hoe zij uiting geven aan hun geslacht. Natuurlijk is het wel van belang om voorafgaand aan onomkeerbare medische behandelingen vast te stellen dat iemand de experimenteerfase echt achter de rug heeft.

Transvisie en TNN wijzen de Nederlandse overheid en behandelaars in de transgenderzorg regelmatig op het belang van zelfbeschikking. Als de transgender persoon zelf de afweging mag maken of medische behandelingen gewenst zijn, komen maatwerk en goede begeleiding steeds meer voorop te staan.

—————————————————-

[i] Chantal M. Wiepjes (2018) The Amsterdam Cohort of Gender Dysphoria Study (1972-2015): Trends in Prevalence, Treatment, and Regrets, Journal of Sexual Medicine, 2018 Apr;15(4):582-590, DOI: 10.1016/j.jsxm.2018.01.016

[ii] Madeline B. Deutsch (2012) Use of the Informed Consent Model in the Provision of Cross-Sex Hormone Therapy: A Survey of the Practices of Selected Clinics, International Journal of Transgenderism, 13:3, 140-146, DOI: 10.1080/15532739.2011.675233


 

NB: Lisa van Ginneken wordt vanmorgen, 19-12 tussen 8.00 en 9.00 uur geïnterviewd over dit onderwerp op Radio 1.