Geslachtsaanpassende operaties bij transvrouwen

De geslachtsveranderende operatie wordt ook wel Gender Bevestigende Chirurgie (GBC) genoemd, in het Engels Gender Confirmation Surgery  (GCS). We behandelen hieronder de volgende onderwerpen:

  1. Vaginaplastiek
    1. Algemene opmerkingen
    2. Bekkenbodemfysiotherapie
    3. De operatie vaginaplastiek
    4. Spoelen van de neo-vagina
    5. Zitten na de operatie
    6. Dilateren en vibrators
    7. Soa’s
  2. Borstvergroting
  3. Aangezichtscorrectie
  4. Stemoperatie
  5. Adamsappel correctie

1. Vaginaplastiek

  1. Vaginaplastiek, a. algemene opmerkingen

Zie ons hoofdstuk over ontharen. De chirurg eist dat je (tijdelijk) stopt met roken om de wondgenezing te bevorderen. Vanaf de dag van de opname verblijf je meestal ongeveer een week in het ziekenhuis, maar er is een trend dat de opnameduur korter wordt en dat patiënten sneller worden gemobiliseerd, dus eerder uit bed mogen. Met name in het VUmc zul je dat merken. Is de operatie achter de rug dan kan het herstel enige tijd in beslag nemen en moet je de eerste tijd rustig aan doen. Het is een goed idee om in ieder geval voor de dagen na de operatie thuis wat hulp te organiseren zodat je er niet helemaal alleen voor staat als je thuis komt. Draag ook een verbandje in je slipje omdat er de eerste periode dat je thuis bent nog redelijk veel vocht uit de wond komt.

  1. Vaginaplastiek, b. Bekkenbodemfysiotherapie

Wij adviseren je om voor de operatie een bekkenbodem-fysiotherapeut te bezoeken. In de volgende hoofdstukken beschrijven wij de verzorging van de vagina na de operatie. Deze verzorging vraagt een goede ontspanning van de bekkenbodemspieren. Het dilateren van de vagina gaat makkelijker als je de bekkenbodemspieren goed kan ontspannen. Er zijn maar weinig mensen die in staat zijn deze spieren bewust te ontspannen. Het is daarom verstandig om dit al voor de operatie te leren. Een bekkenbodem-fysiotherapeut kan je daarbij helpen. Ons advies is om een bekkenbodem-fysiotherapeut te zoeken in je directe omgeving. Deze kan je dan ook helpen na de operatie als dat nodig is. Ook het VUmc adviseert deze behandeling.

  1. Vaginaplastiek, c. de operatie vaginaplastiek

De genitale operatie voor man-naar-vrouw transseksuelen heet vaginaplastiek, de chirurgische term voor de constructie van de neo-vagina die in Nederland met behulp van de penis-inversie-methode wordt uitgevoerd.

Het construeren van een neo-vagina bij man-naar-vrouw transseksuelen door middel van plastische chirurgie begon met experimenten in de eerste helft van de twintigste eeuw. Sinds die tijd zijn technieken ontwikkeld en verfijnd door vele artsen op diverse plaatsen in de wereld. En nog steeds weten plastisch chirurgen de resultaten te verbeteren. Inmiddels kan in veel gevallen een neo-vagina gemaakt worden die visueel redelijk lijkt op die van een biologische vrouw, inclusief clitoris en -kapje. De vaginaschede kan functioneel zijn bij seksuele omgang, en een orgasme opwekken is soms ook mogelijk. Het is wel zo, dat het uiterlijk en de functionaliteit van de neo-vagina’s van transvrouwen net zo veel van elkaar kunnen verschillen als (van) de vagina’s van biologische vrouwen. De gebruikte techniek speelt hierbij een grote rol, maar ook de conditie en de reactie van het lichaam van de cliënt op de operatie. De neo-vagina heeft gelijkenis met de biologische vagina, maar er zijn uiteraard ook verschillen, waaronder de afwezigheid van slijmvliezen en secretieklieren. Daardoor is bijvoorbeeld een glijmiddel nodig bij seksuele omgang, en is extra onderhoud nodig door afwezigheid van een zelfreinigend zuur milieu. De schede van de neo-vagina is gemaakt van minder rekbaar weefsel dan de bio-vagina, en ze heeft minder bewegingsruimte door de ligging achter het mannelijke gevormde schaambeen. Soms wordt de vagina uit weefsel van de dikke darm geconstrueerd. In dat geval blijft de vagina wat vochtiger en rekbaarder.

Er worden diverse technieken gebruikt:

  1. penis-inversie techniek.
  2. darmvaginatechniek
  3. techniek waarbij extra huid wordt gebruikt

ad. a. De penis-inversie techniek vormt de basis voor andere methoden. In Nederland wordt deze basismethode gebruikt, omdat die de grootste kans van slagen zou geven met de minste complicaties. Bij deze methode wordt de penis als het ware leeggehaald en

Voor het construeren van de neo-vagina worden de penishuid en een huidflap van het perineum gebruikt. Het perineum ligt tussen scrotum en anus. Zie afbeelding 1, alle transvrouwen afbeeldingen zijn hier te downloaden. De huiddelen worden losgemaakt van het onderliggende weefsel. Deze delen blijven wel verbonden met het lichaam voor de bloedtoevoer en de zenuwverbindingen.

De eikel met de eigen bloedvoorziening en zenuwbanen (de ‘steel’) en de plasbuis worden vrijgemaakt, zie afbeelding 2. De testikels worden verwijderd, evenals de zwellichamen uit de penis en het perineum. Hierdoor ontstaat in het perineum ruimte om de labia, en het middenpart met plasbuis en -opening en clitoris, op een zo natuurlijk mogelijke wijze vorm en positie te geven.

In het perineum wordt een opening gemaakt tussen blaas en anus, door de bekkenbodemspier heen en achter het schaambeen langs. In deze ruimte komt de vaginaschede. In de basis van de penishuid worden twee openingen gemaakt. Hierin komen de clitoris en de plasopening. Van de bovenrand van de eikel en een stukje aansluitende voorhuid worden de clitoris en het clitoriskapje gevormd en in de bestemde openingen gehecht. De ‘steel’ met bloed- en zenuwbanen blijft een geheel en wordt in de buikholte geborgen. Door dit intact te laten krijgt de clitoris optimale kansen om als zodanig te functioneren.

Van de huid van de penis en de huidflap van het perineum wordt een huls gevormd die in de opening in het perineum wordt gebracht, zodat een vaginaschede ontstaat. Van aanliggende scrotumhuid worden de labia gevormd, zie afbeelding 3. Door op de juiste plaatsen in te hechten worden ze in model gebracht. Een speciale tampon houdt de schede in model tijdens de eerste periode van de genezing. De tampon wordt op zijn plaats gehouden met behulp van flexibele kunststof buisjes, die tijdelijk aan de grote labia worden gehecht. Ongeveer een week na de operatie worden de buisjes en de tampon verwijderd. De cliënt wordt gemobiliseerd en kan meestal spoedig daarna het ziekenhuis verlaten.

Na enkele weken tot enkele maanden genezing, als alle zwellingen zijn geslonken en bloeduitstortingen zijn verdwenen, wordt het eindresultaat goed zichtbaar, zie afbeelding 3. Als alles voldoende is genezen, kunnen de labia aan de bovenzijde eventueel dichter naast de clitoris worden gebracht. Daarvoor worden Z-vormige sneden gemaakt, en de punten die zo ontstaan worden van plaats verwisseld. Deze correctie kan poliklinisch en onder plaatselijke verdoving worden gedaan. Dit kan niet gelijktijdig met de GBC, omdat de plaatselijke bloed- en zenuwbanen de losgemaakte huiddelen in leven moeten houden tijdens de operatie, en daarna gedurende de genezing zolang als nodig is tot nieuwe aderen en zenuwverbindingen zijn gevormd. Het eindresultaat kan er redelijk natuurlijk uitzien.

ad. b. Bij jongeren die vanwege het gebruik van puberteitsremmers een heel kleine penis hebben, of andere transvrouwen met een te kleine penis, zijn deze operatietechnieken niet mogelijk. Bij hen wordt er in een gezamenlijke operatie met een darmchirurg een vagina geconstrueerd van een deel van de dikke darm. Als de penishuid van nature of door bijv. besnijdenis te kort is om genoeg vaginadiepte te maken, kan ook overwogen worden om resterende huid van het scrotum te gebruiken. Een andere optie is, huid te gebruiken uit de liesstreek mits daar voldoende is weg te nemen. Bij deze overweging wordt ervan uitgegaan dat een vaginadiepte van 9 cm voldoende is. Als je dat te weinig vindt, bespreek dan met je arts of er andere mogelijkheden zijn.

ad. c Enkele buitenlandse artsen maken ook kleine labia, soms tegelijk met de GBC. Maar ook wel in een tweede operatie, omdat door zwellingen na de operatie de aanhechtingen kunnen loslaten. Bij gebruik van de basismethode kan één operatie voldoende zijn voor de gehele vaginaplastiek. Verder wordt in het buitenland ook extra andere huid gebruikt voor een mooiere vagina. Zo zijn er technieken bekend waarbij de vagina wordt gemaakt uit het scrotum en niet uit huid van de penis.

Operatie in Thailand? In Volkskrant magazine van 24 januari 2015 stond een artikel over dr. Preecha Tiewtranon uit Bangkok, Thailand. Dr. Preecha wordt wel de vaginakoning van de wereld genoemd. Hij heeft in 35 jaar zelf zo’n 3500 vagina’s gemaakt bij transvrouwen. Verder heeft hij zo’n twaalf plastisch chirurgen opgeleid en zeker bij 500 vaginaplastieken toezicht gehouden. Dat zijn vagina’s zo goed zijn komt door een ingenieus samenspel van goed naar de wensen van de patiënt luisteren, op hoog niveau opereren, jarenlange ervaring en betrouwbaarheid. ‘Zijn’ vagina’s zegt men zijn een paar centimeter dieper en elastischer van binnen en de clitorissen hebben meer gevoel dan de Europese variant. Verder is de operatie in Thailand (8 duizend dollar) goedkoper dan in de VS (25 duizend dollar), maar ook dan in Nederland (tussen de 5 en 10 duizend euro). In het artikel van de Volkskrant staat dat de zorgverzekeraar in Nederland 70% van de operatie in Thailand zou vergoeden. Daar zet Transvisie een kanttekening bij. Wil je een vaginaplastiek in Thailand laten uitvoeren, zorg dan dat je VOORAF schriftelijke toestemming hebt van de eigen zorgverzekering. Laat je vooraf goed informeren, om achteraf niet voor verrassingen te komen staan. De zorgverzekering vergoedt 70 % van de kosten van de operatie in Nederland en niet 70% van de werkelijke kosten. Het artikel is te lezen op de website van de Volkskrant.

Iedere operatie geeft kans op complicaties dus ook deze. Mogelijke complicaties kunnen zijn: perforatie van het rectum, bloedingen, fistels, darmlekkage, infecties.

  1. Vaginaplastiek, d. spoelen van de neo-vagina

De neo-vagina van transvrouwen heeft niet het zelfreinigende zure milieu dat aanwezig is in de vagina van biologische vrouwen, door de afwezigheid van slijmvliezen en secretieklieren. Daarom is het nodig de neo-vagina regelmatig te spoelen, om afscheidingen van het vaginaweefsel uit de schede te verwijderen. Een troost voor transvrouwen is, dat een biologische vrouw haar vagina soms ook extra moet reinigen. Daarvoor zijn hulpmiddelen ontwikkeld, die transvrouwen ook goed kunnen gebruiken.

De katheter is van zachte kunststof, en heeft een ingebouwd glijmiddel. Als dat nat wordt, glijdt deze gemakkelijk naar binnen. Je voelt vanzelf wanneer de volledige diepte van de schede bereikt is. Door de spuit met kracht leeg te duwen worden de plooien van de vagina goed schoon gespoeld.

Spoelen doe je in het begin met een spuit met katheter (deze hoor je in het ziekenhuis te krijgen voor je vertrekt). Na de operatie leer je van de verpleging in het ziekenhuis hoe je moet spoelen, en het is heel eenvoudig. Vul de spuit met lauw water van drinkwaterkwaliteit. Als je kraanwater niet vertrouwt, kun je water koken en laten afkoelen tot het lauw is.

Herhaal dit enkele keren. Om geen vuil via de katheter terug in de spuit te zuigen, kun je voor het hervullen de spuit ervan loshalen. De katheter kan even in de vagina blijven. Vul de spuit door water op te zuigen uit een volle plastic beker. Spoel zoveel tot de beker leeg is. Meestal is dit voldoende.

Na gebruik kun je de onderdelen met zeepvrije emulsie wassen en goed doorspoelen. Bewaar de delen los in het plastic bekertje, dan kan alles goed drogen en krijgen bacteriën weinig kans. Zo kun je de spuit langere tijd gebruiken.

De arts geeft je een spoelschema, voor voorbeeld van een spoelschema zie afbeelding 4. Over het algemeen spoel je de eerste week na de operatie twee keer per dag. Bij de eerste controle-afspraak na de operatie krijg je, als alles goed gaat, aanwijzingen om het aantal malen spoelen af te bouwen, van 1 keer per dag, naar 1 keer per twee dagen, 1 keer per 3 dagen, etc. In het begin is vaker spoelen nodig omdat het genezingsproces veel afvalstoffen produceert. Later neemt dit af en hoef je minder te spoelen. Spoel niet meer dan nodig is, want van teveel water kan het vaginaweefsel week worden. Is er een vagina geconstrueerd door gebruik te maken van weefsel van de dikke darm dan is er een afwijkend spoelschema. Vraag de behandelend arts naar het schema.

Het afbouwen naar tweewekelijks spoelen duurt ongeveer vier maanden. Vind je twee weken tussentijd te lang omdat bijvoorbeeld je vaginale geur te sterk wordt, dan kun je ook eenmaal per week blijven spoelen. Als je een vaste dag aanhoudt dan vergeet je het niet zo gauw. Spoelen kun je doen op het toilet. Je kunt het ook combineren met een douchebeurt, dat geeft minder geknoei. In deze periode kun je ook overstappen op een vaginaaldouche. Bij een drogist is er een van het merk Bioclin verkrijgbaar. De inbrengcanule is dikker dan een katheter en dat kan prettiger zijn om te gebruiken. Voor het inbrengen kun je eventueel wat glijmiddel gebruiken. De canule van Bioclin heeft in de schroefdop een ventiel om te voorkomen dat je water terugzuigt door de canule, nadat de flacon is leeggeknepen. Maar dit ventiel werkt niet altijd even goed, waardoor er toch vuil spoelwater in de flacon kan terugstromen. Na gebruik canule dus goed reinigen. (zie voorbeelden op afbeelding 5).

Bioclin heeft ook spoelvloeistof, geschikt voor de zure bio-vagina. Voor transvrouwen is het niet nodig deze speciale vloeistof te gebruiken, maar het kan wel als je dat prettiger vindt. Een ander hulpmiddel om te spoelen is een rubber knijpbalg. Dit is het hulpmiddel van oudsher. Tegenwoordig is het in een nieuwe uitvoering weer verkrijgbaar. Zeker in de beginfase kun je na het spoelen wat amandelolie in de vagina brengen tegen verweken of aan elkaar plakken van de huid. De olie kun je eventueel inbrengen met een dilator of vibrator. Daarmee strek je de plooien van de vagina, zodat de olie goed wordt verdeeld. Een goed alternatief om later op over te gaan is Calendula-crème, dat is minder vet. Beide middelen zijn huidvriendelijk en aangenaam in het gebruik, en hoeven na het inbrengen niet te worden uitgespoeld.

Let op: Als je deze hulpmiddelen samen met anderen gebruikt, kunnen vuil en ziekteverwekkers worden overgedragen en kun je ziektes zoals SOA’s oplopen, zelfs als je alles goed schoonmaakt. Dit geldt ook voor de dilators en vibrators die verderop besproken worden. Gebruik deze hulpmiddelen alleen voor jezelf en houd ze goed schoon, daarmee voorkom je ook besmetting door je eigen bacteriën.

  1. Vaginaplastiek, e. zitten na de operatie

Na de GBC is het operatiegebied meestal opgezet en heel gevoelig. Normaal zitten kan dan een probleem zijn. Om toch comfortabel rechtop te kunnen zitten, kun je bij een (thuiszorg)winkel een opblaasbare zitring halen. Als alternatief voor een zitring kun je een kinderzwembandje gebruiken.

Een zitring moet de billen en de benen ondersteunen, en het kruis ontlasten. Maar dit werkt niet bij iedereen even goed, en niet iedereen vindt een zitring prettig in het gebruik. Afhankelijk van je bouw en hoe je zit kunnen je billen en dijen in plaats van gespreid te worden ook tegen elkaar geduwd worden en dat kan pijnlijk zijn, en zelfs hechtingen lostrekken.

Een alternatief is zelf een zitkussen vouwen van een badlaken, dat je misschien al in huis hebt. Het kost weinig moeite om het even uit te proberen zie afbeelding 6:

  1. Neem een groot badlaken, vouw de zijkanten naar binnen maar laat ertussen een handbreedte ruimte over.
  2. De bovenkant en de onderkant bijna tegen elkaar aan vouwen.
  3. Leg de dubbelgevouwen bovenkant op de dubbelgevouwen onderkant.
  4. Je hebt nu een smalle strook van acht lagen dik met een dunner deel in het midden. Vouw de linker en rechter einden schuin naar boven.
  5. Het kussen is nu gevormd. De open kanten kun je vastzetten met een paar grote steken of grote veiligheidsspelden, zodat het kussen gemakkelijk is op te vouwen en mee te nemen.

Bij het zitten kun je het dichte deel van het kussen aan de voorkant leggen of aan de achterkant, afhankelijk van wat je het prettigst vindt zitten. Dat is afhankelijk van je bouw en de zone die het gevoeligst is.

  1. Vaginaplastiek, f. Dilateren en vibrators

De neo-vagina is een kunstmatige holte die op de lange termijn geneigd is te krimpen. Dit proces kan worden tegengegaan door regelmatig te dilateren. Een aantal dagen na de GBC in het ziekenhuis begin je met het dilateren van de neo-vagina. Meestal begin je daarmee al in het ziekenhuis. Om die reden moet je een dilatatieset meenemen naar het ziekenhuis. Overleg met je plastisch chirurg, wanneer je het best kunt beginnen, en of je de hierna volgende werkwijze kunt gebruiken. Dilateren betekent ‘ruimte maken’ of ‘uitzetten’. Je helpt de vagina dan met het behouden of verkrijgen van de breedte en diepte zoveel als mogelijk is. En wat mogelijk is verschilt voor iedereen. Net als bij biologische vrouwen.

Het dilateren heeft een meervoudig doel: het bevordert de genezing en het maakt je vagina lichaamseigen. Je raakt vertrouwd met je vrouwelijke orgaan en dat kan je meer bewust maken van je vrouw-zijn. Het is een meervoudig helend proces.

Het genezingsproces duurt 3 tot 6 maanden voor het grootste deel van de genezing en 9 tot 12 maanden voor alles volgroeid is. In die tijd hecht de vagina in de buikholte door de vorming van nieuwe adertjes tussen het schedeweefsel en de aangrenzende weefsels in de buik. Doorgesneden zenuwen groeien aan en nieuwe zenuwen ontstaan. Dat kan soms gepaard gaan met plotseling opkomende pijn of een stekend gevoel of jeuk.

Het is belangrijk dat je bijtijds begint met dilateren. De vagina is zo kort na de operatie aan het genezen en het lichaam heeft de schede nog niet eigen gemaakt. Het beschouwt het ingebrachte eigen weefsel nog als vreemd en reageert hierop door het naar buiten te duwen, of anders zo klein mogelijk te willen maken. De vaginaschede zou slinken als je haar niet door middel van dilateren zou helpen het gewenste formaat te behouden of te bereiken, totdat deze volledig is volgroeid en vastgehecht in de buikholte.

In het eerste jaar zul je regelmatig en veel moeten dilateren. Beter te veel dan te weinig. Het eerste halfjaar elke dag minstens 2 maal 30 minuten. Als het goed gaat kun je dat in de loop van het tweede halfjaar geleidelijk verminderen naar 2 maal 30 minuten per week. In het algemeen dilateer je voldoende als het gemakkelijk gaat. Gaat het met moeite, of is het heen-en-weer bewegen pijnlijk, ga dan niet minder dilateren, maar meer of langer. Je kunt de dilator ook langere tijd rustig laten zitten in de vagina, en jezelf ontspannen. Volg de aanwijzingen van je arts. Als je arts andere aanwijzingen geeft, dan die hier staan, volg die dan op.

Wil je meer breedte en/of diepte bereiken, dan moet je daar in de eerste periode het meest aan werken. Dat kan moeite kosten, maar met jezelf bezig zijn kan ook plezierig zijn.

Na de operatie ben je een tijd minder mobiel. Omdat het belangrijk is bijtijds met dilateren te beginnen, is het goed om voordat je wordt geopereerd, de nodige materialen aan te schaffen. Je kunt dan rustig uitzoeken wat je denkt nodig te hebben.

Dilators: Om te dilateren gebruik je een dilator of een vibrator. Een dilator is een staaf of buis met een afgeronde top zie afbeelding 7; een vibrator kan er ook zo uitzien maar trilt door een ingebouwde elektromotor, zie afbeelding 8. Beide moeten gemaakt zijn van niet-poreus en hygiënisch te reinigen materiaal omdat je ze herhaald gebruikt. Dat kan zijn van metaal, hardplastic of flexibele siliconen. Via internet zijn dilator-sets te koop: kunststof staven of tubes in opeenvolgende dikten, speciaal voor dit doel gemaakt. Op de site www.vaginisme-info.nl staat informatie die ook voor transvrouwen nuttig kan zijn. Hier spreekt men van pelottes. Veel transvrouwen zullen de op deze site beschreven aan vaginisme verwante problemen herkennen, en kunnen baat hebben bij de behandelingen die worden beschreven. Als je moeite hebt met dilateren dan kun je ook een bekkenbodem-fysiotherapeut bezoeken. Via de site www.pelvitec.com kun je de pelottes bestellen, onder de productnaam Feminaform. Vooral in de beginfase van het dilateren, maar ook later nog, kun je per oefensessie dilators van verschillende dikte nodig hebben, zodat aanschaf van zo’n set echt geen luxe is.

Je kunt een dikkere dilator gaan gebruiken, als je je vagina ruimer wilt maken. Je voelt zelf het best aan wanneer dat kan. Het hangt ook af van hoeveel je kunt hebben, en hoe het genezingsproces verloopt. Als je dit wilt doen, begin hiermee dan in het eerste halfjaar, zolang de vagina nog niet volgroeid is. Hoe verder de tijd vordert, hoe moeilijker het wordt de vagina op te rekken. De neo-vagina is en wordt nooit zo flexibel als die van een biologische vrouw.

Vibrators: Je kunt ook dilateren met een vibrator. De trillingen kunnen prettig aanvoelen, en het stimuleert de bloedsomloop. Het vibreren kan het inbrengen vergemakkelijken, of het kan je helpen te ontspannen als de vibrator in je vagina zit. Kies je voor een vibrator, begin dan met één of meer gladde hardplastic vibrators, deze kunnen goed tegen oliehoudende glijmiddelen. Ze zijn verkrijgbaar in verschillende diktes, van 2 cm tot 4 of 5 cm. Een 3 cm dikke vibrator, als op afbeelding 8, is de meest gebruikte maat. Deze zijn bij vele (internet)winkels verkrijgbaar. Na de operatie zou deze 3 cm dikke vibrator moeten kunnen passen. Toch kan het dan nog moeilijk zijn om deze maat in één keer in te brengen, vooral in het begin. Heb je moeite om je vagina te ontspannen of is het inbrengen in het begin pijnlijk, dan kun je een sessie beginnen met een dunnere vibrator, en even later als je gewend bent, een dikkere nemen. Net alsof je een set pelottes hebt. Daarom is het goed om enkele in dikte oplopende vibrators aan te schaffen. De dunnere maten zijn wel lastiger te vinden.

Een vibrator kan ook van siliconen zijn, dat materiaal kan ook goed tegen olie. Siliconen vibrators zijn flexibel, wat prettiger kan zijn bij het inbrengen dan hardplastic. Voorbeelden zie afbeelding 13. Ze zijn wel stroever, zodat inbrengen met een glijmiddel op waterbasis weer gemakkelijker gaat. Gebruik bij een siliconen vibrator geen silicone-glijmiddel, dat is een glijmiddel dat zelf siliconen bevat, want dat tast het materiaal aan. Door de stroefheid van een siliconen vibrator is het niet aan te bevelen om hiermee in het eerste halfjaar al te beginnen. Als je het toch wilt proberen gebruik dan extra veel glijmiddel.

Glijmiddelen: De neo-vagina heeft (meestal) geen slijmvlies. Daarom heb je een glijmiddel nodig om een dilator of vibrator in te brengen, of wanneer je seks wilt hebben met een man. In het begin kun je als glijmiddel amandelolie gebruiken. Dat is verkrijgbaar bij een drogist. De olie wordt door de huid opgenomen, het voorkomt plakkerigheid van de huid in de vagina, roodheid en irritatie, en het bevordert de genezing. De olie zelf hoeft na het dilateren niet te worden uitgespoeld; dit staat natuurlijk los van het normale spoelschema. Olie is wel stroever dan een glijmiddel op waterbasis, zodat de dilator of vibrator minder snel heen en weer kan glijden.

Als je een glijmiddel op waterbasis gebruikt, is het beter om daarna wel te spoelen. Bijvoorbeeld KY-gel of Sensilube van Durex. Wil je een glijmiddel uitproberen, dan kun je dat doen op een dag dat je toch al spoelt volgens het spoelschema en voorkom je dat je extra moet spoelen.

Als je olie als glijmiddel gebruikt voor het dilateren of voor de verzorging, dan blijft er altijd wat olie in de vagina achter. Als je daarnaast ook seksueel contact hebt, dan is het beter om condooms te gebruiken die tegen olie kunnen, zoals het Avanti condoom van Durex. Dit condoom is ook bedoeld voor mensen met een latex-allergie. Gewone of latex condooms worden aangetast door de olie, ze worden poreus en kunnen stuk gaan tijdens het vrijen. In beide gevallen geven ze niet meer de bescherming waar je op rekende, en kun je alsnog besmet worden met SOA’s of het HIV-virus.

Dilateren: Het is heel goed mogelijk dat je opziet tegen het dilateren. Je weet niet hoe het zal voelen en of het geen pijn doet. Maar als je goed bent voorbereid kan het ook prettig worden. Zoek om te beginnen een rustige plek op, waar je jezelf kan ontspannen. Dat kan op bed in je slaapkamer zijn. Leg extra kussens neer, waartegen je kunt leunen. Zorg voor een behaaglijke kamertemperatuur. Demp het licht voor de sfeer. Zet eventueel wat zachte muziek op als dat je helpt ontspannen. Je kunt ook eerst wat yoga-oefeningen doen. Een kamerjas of andere warme kleding kan voorkomen dat je het koud krijgt.

Zorg voor een schone omgeving en goed gewassen handen. Leg alles wat je nodig hebt voor het dilateren binnen handbereik. Dilator(s), vibrator(s), amandelolie en/of glijmiddel, en tissues om één en ander aan af te vegen. Een handspiegel erbij is prettig om af en toe te kijken naar wat je doet en hoe het er van onder nu precies uitziet. Leg een handdoekje neer om knoeiboel op te vangen. En een broekje met een maandverbandje of een inlegkruisje.

De beste manier om te beginnen is, een beetje achterovergeleund zitten, met een steuntje in je rug. Zie afbeeldingen 9 t/m 12. Trek je benen iets op en zet je voeten een eindje uit elkaar. Het is niet goed om je benen helemaal te spreiden of je knieën ver uit elkaar te buigen, dan komt er teveel spanning in de spieren van je onderlijf en je benen, en kun je gaan verkrampen, waardoor het dilateren juist moeilijker gaat. De bedoeling is dat je ontspannen kunt zitten. Als je goed zit, dan kijk je tegen je bovenbenen aan in een V-vorm, met je knieën ongeveer op ooghoogte, en staan je onderbenen en voeten achter je bovenbenen. Je moet zonder moeite met je hand(en) tussen je benen door bij je vagina kunnen komen. In de beschrijving hierna kun je voor dilator ook vibrator lezen, en voor glijmiddel kun je ook amandelolie lezen. Gebruik wat jou het best bevalt.

Doe wat glijmiddel op een dunne dilator. Het meeste zal van het gladde oppervlak afglijden, of bij het inbrengen eraf geduwd worden. Je kunt daarom ook een beetje in en rond je vagina aanbrengen met een vinger, of met een applicator, verkrijgbaar bij een drogist. Als je met een vinger olie inbrengt, kun je meteen voelen of dat gemakkelijk gaat of met moeite. De bekkenbodemspier kan weerstand bieden. Dat is de spier die in het perineum loopt, en waarin een opening is gemaakt om de schede in de buikholte te kunnen brengen. Deze spier is het niet gewend dat er tegen of doorheen geduwd wordt. Maar door het oefenen met een dilator wennen deze spier en jij er wel aan. Houd de dilator losjes vast, met de wijsvinger op de achterkant.

Breng de top van de dilator nu enigszins naar beneden gericht een klein stukje in de vagina. Doe het voorzichtig, en voel wat er gebeurt. Het is niet de bedoeling dat de vibrator in deze richting verder gaat, maar naar beneden kantelt. Nu moeten er twee dingen bijna tegelijk gebeuren: de vibrator passeert de bekken-bodemspier, en kantelt achter het schaambeen langs. Probeer de dilator zelf de goede weg te laten vinden. Je kunt de dilator ook een beetje ronddraaien terwijl je deze naar binnen brengt. Voeg wat glijmiddel toe als het stroef gaat. Zit er bloed of afscheiding op de dilator, veeg dit dan af met een tissue, en breng opnieuw glijmiddel aan. Je kunt de dilator ook in positie brengen door met duim of vinger van je andere hand op de top te duwen. In het begin kan het eng zijn om met je vinger(s) naar binnen te gaan, omdat je bang bent iets te beschadigen of de hechtingen los te trekken. Gebruik dan alleen de dilator(s) tot het moment dat de hechtingen vanzelf loslaten, of de arts ze verwijdert. De dilator hoeft niet in één keer helemaal naar binnen, met kleine stapjes steeds een stukje verder naar binnen is ook goed. Dit kun je combineren met een draaiende beweging, afwisselend links- en rechtsom of in één richting. Hiermee ga je door tot je de volle diepte van de vagina hebt bereikt. Dat geeft een speciaal gevoel dat je zult leren herkennen. Heb je de volle diepte bereikt, blijf dan de dilator draaien en lichtjes naar binnen duwen. Gaat het draaien stroef, draai de dilator dan rustig naar buiten en breng opnieuw glijmiddel aan.

Als het inbrengen goed gaat, dan kun je je knieën gaan strekken zodat je benen platter komen te liggen. Is het inbrengen of draaien pijnlijk, dan kun je de dilator ook langere tijd stil laten zitten in je vagina. Daarbij kun je ook gaan liggen, op je rug of op je zij met een kussen tussen je benen. Gaat het dilateren goed, of heb je even gerust, probeer dan een dikkere maat dilator, tot je 3 tot 3.5 cm diameter hebt bereikt. Gewoonlijk is deze maat te bereiken. Heb je eenmaal het juiste gevoel ontwikkeld voor het gebruik van de dilator, dan gaat het daarna gemakkelijker. Je moet zelf aanvoelen of en wanneer je een nog dikkere maat dilator kunt hebben. In het algemeen is het bewegen en/of vibreren van de dilator bevorderlijk voor de doorbloeding en daarmee ook voor de genezing. Gaat het dilateren moeilijk, stel het dan niet uit en bedenk dat niet dilateren geen optie is als je de omvang van je vagina wilt behouden. Overleg met je arts als je moeite hebt of houdt met het dilateren.

Het is belangrijk om de frequentie van dilateren aan te houden als je een baan hebt en enkele weken na de operatie je werk al hervat. Regel dat je op je werk gelegenheid krijgt om ook daar te rusten en te dilateren. Uiteindelijk zul je nog maar een of tweemaal per week hoeven dilateren, om je vagina op de gewenste afmetingen te houden. Je kunt ook andere vibrators proberen. De flexibele gaan makkelijker naar binnen maar zijn vaak stroever dan de harde vibrators. Met glijmiddel gaat dit prima. Heb je regelmatig seksuele omgang met een man, dan wordt dilateren minder noodzakelijk. Door penetratie van de vagina wordt deze op een natuurlijke manier gestimuleerd. Naarmate de genezing vordert, zal de vagina steeds meer lichaamseigen worden. Het weefsel van de schede verandert van structuur en wordt dunner. Sommigen maken melding van een eigen productie van glijvocht. Het is echter nog niet duidelijk (onderzocht) of en hoe dit mogelijk is.

  1. Vaginaplastiek, g. SOA’s en HIV

Door de structuurverandering en de dunnere huid is je vagina net zo vatbaar voor SOA’s en HIV als die van biologische vrouwen. Bij seks gelden daarom voor transvrouwen dezelfde regels als voor andere mensen.

2. Borstvergroting

Het klierweefsel groet tenminste twee jaar door. Dus doe deze operatie niet te vroeg. De borstvergroting bij transvrouwen wordt momenteel alleen vergoed door de zorgverzkeraar als er nauwelijks of geen sprake is van borstvorming (nauwelijks is de afwezigheid van een inframammaireplooi en klierweefsel van minder dan 1 cm aangetoond door een echo). Op dit moment wordt er bij het ministerie gewerkt aan een voorstel om borstvergroting van transvrouwen toch te gaan vergoeden.

3. Aangezichtscorrectie

Er is een groep transvrouwen die na de medische transitie kampt met (grote) passabiliteitsproblemen. Om de passabiliteit te verbeteren is soms plastische chirurgie aan het gelaat (kaak, kin, voorhoofd en neus) nodig. Noodzaak wordt per individu bekeken door de plastisch chirurg en door de medisch specialist van de zorgverzekeraar.

4. Stemoperatie

Deze operatie om de stembanden in te korten om de stem te verhogen wordt vergoed uit de basisverzekering, mits de stemfrequentie na logopedie niet hoger is dan 160 Hz.

5. Adamsappel correctie

Het verkleinen van de adamsappel. Deze operatie wordt alleen vergoed uit de basisverzekering als de adamsappel, aantoonbaar bv. met een foto, meer dan 5 mm voor de halscontour uitsteekt.