Overzicht operaties

Tijdens de transitie kunnen de volgende operaties worden uitgevoerd:

  1. Het verwijderen van de borsten (mastectomie)
  2. Het verwijderen van baarmoeder en eierstokken (hysterectomie)
  3. Het verwijderen van de vagina (colpectomie)
  4. Genitale operaties

In dit hoofdstuk worden al deze operaties kort besproken.

1. Het verwijderen van de borsten (mastectomie)

Een jaar na de start met de hormonen kom je in aanmerking voor de eerste operatie. In de meeste gevallen is dit de borstoperatie. Soms wordt hiervan afgeweken en vindt er eerst een andere operatie plaats. De medische term voor de borstoperatie is subcutane mastectomie. Bij deze operatie wordt het overtollige borstweefsel verwijderd op een zodanige manier dat er een mannelijke borstkas wordt gevormd.

Er zijn verschillende technieken voor deze operatie. Het is belangrijk om je hierin te verdiepen en je vragen en wensen te bespreken met de plastisch chirurg die de operatie gaat uitvoeren. De verschillende technieken hebben met elkaar gemeen dat ze het overtollige borstweefsel en huid verwijderen en de tepel en tepelhof eventueel verkleinen. De operatie duurt zo’n anderhalf tot drie uur en gebeurt onder volledige narcose. Bij deze pagina behoren een aantal afbeeldingen die hier zijn te downloaden transmannen afbeeldingen operaties.

Welke van de technieken gebruikt wordt hangt af van de grootte van de borsten en de mate dat ze ‘hangen’. In het algemeen geldt hoe groter de borsten des te groter de littekens. Verschillende technieken voor operatie van de borsten:

  1. Snede en litteken rondom de tepel en gesteelde tepel
  2. Snede en litteken onder de borstspier en gesteelde tepel
  3. Snede en litteken onder de borstspier en vrij tepeltransplantaat

Techniek a.: Snede en litteken rondom de tepel (donut-procedure) Deze techniek is alleen mogelijk bij kleine borsten die niet hangen en een stevige, elastische huid hebben. Deze operatie geeft alleen een klein litteken rondom de tepelhof. De tepel blijft gesteeld (Een gesteelde tepel betekent dat de tepel blijft vastzitten aan de bloedvaten en zenuwen die tot in de tepel lopen. Het gevoel in de tepel blijft hiermee zoveel mogelijk gespaard). Zie afbeelding 1.

Techniek b.: Snede en litteken onder de borstspier en gesteelde tepel Deze techniek is geschikt voor grotere borsten die weinig of een beetje hangen. Hierbij wordt via een snede die in lijn ligt met de grote borstspier het teveel aan borstweefsel verwijderd. De tepelhof en de tepel blijven gesteeld. Het litteken ligt aan de buitenrand van de grote borstspier en rond de tepel. Zie afbeelding 2.

Techniek c.: Snede en litteken onder de borstspier en vrij tepeltransplantaat Deze operatie is geschikt voor grote en hangende borsten. De operatie komt overeen met techniek 2 met als enig verschil dat de tepel wordt losgemaakt (vrij tepeltransplantaat) en daarna wordt teruggeplaatst (gevoel in de tepel verandert). Zie afbeelding 3.

Complicaties die bij de borstoperatie kunnen optreden zijn een nabloeding en het (deels) afsterven van een tepel. De eerste dagen na de operatie kan er een nabloeding optreden. De borst wordt dan dik, blauw en pijnlijk. Meestal is dit reden om met spoed opnieuw te worden geopereerd om de bloeding te stelpen en de bloedstolsels te verwijderen. Afsterven tepel. Meeste kans hierop is na een nabloeding, bij een vrij tepeltransplantaat en als degene die de operatie ondergaat rookt. Meestal wordt er afgewacht en eventueel kan er later een correctieoperatie plaatsvinden.

Postoperatieve zorg na een borstoperatie. Tijdens de operatie wordt een wonddrain geplaatst die de eerste dagen het bloed en wondvocht afvoert. Het verblijf in het ziekenhuis is meestal drie tot vier dagen, afhankelijk van de vochtproductie in de drains. Ook wordt er meestal vanaf de operatiekamer een stretchkorset (tubigrip) omgedaan om wat druk uit te oefenen op de wonden. Deze moet je tot vier weken na de operatie blijven dragen. De wonden hoeven meestal niet uitgebreid verzorgd te worden. Het verschonen van gaasjes is vaak voldoende. Hierover krijg je uitleg bij het ontslag uit het ziekenhuis. Belangrijk is om een paar leefregels in acht te nemen. Douchen mag, maar het is onverstandig om de eerste week uitgebreid in bad te gaan zitten. De reden hiervoor is dat de wonden week worden en kunnen opengaan.

De eerste zes weken mag er alleen licht huishoudelijk werk worden gedaan. Het wordt afgeraden om zwaar te tillen of boven de macht te reiken. Dit vanwege een grote kans op nabloedingen of blauwe plekken. Met een vrij tepeltransplantaat wordt er meestal een verband over de tepels vastgehecht om ze goed op hun plek te drukken. Vijf dagen na de operatie moeten deze in het ziekenhuis verwijderd worden. Twee weken na de operatie is de eerste controle en worden er eventueel wat hechtingen verwijderd. Vier tot zes weken na de operatie word je opnieuw op de poli gezien. Littekens kunnen in de loop van de tijd wat breder worden. Om littekens te verzorgen kan gekozen worden voor littekencrème. Indien je lichaam de neiging heeft lelijke littekens te vormen kunnen bv. Scarban-pleisters voorgeschreven worden of kan een huidtherapeut worden bezocht. Het is belangrijk om de eerste periode zonlicht te vermijden zolang de littekens nog rood zijn en daarna goed in te smeren met een zonnebrandcrème met een hoge factor. Soms is het nodig om een correctie te laten uitvoeren. Correcties kunnen niet eerder dan zes maanden na operatie worden uitgevoerd.

2. Het verwijderen van de baarmoeder en de eierstokken (hysterectomie)

De tweede operatie volgt weer na ongeveer drie maanden, hoewel het ook mogelijk is dat deze operatie, in overleg met de betreffende persoon, gelijk met de borstoperatie wordt uitgevoerd.

De baarmoeder en eierstokken worden verwijderd door een gynaecoloog. De medische term is hysterectomie en ovariëctomie. In principe wordt de operatie uitgevoerd via de techniek van een kijkbuisoperatie ofwel laparoscoop. Zie afbeelding 4. Hiervan moet soms toch worden afgeweken en moet er een snede in de buik worden gemaakt.

Laparoscopie betekent: in de buik (laparo) kijken (scopie).  De operatie gebeurt onder narcose (algehele verdoving). Bij deze techniek maakt de gynaecoloog een paar sneetjes in de buikwand. Eerst wordt de buik gevuld met onschadelijk koolzuurgas. Zo ontstaat ruimte in de buik om de verschillende organen te kunnen zien. Via de snee onder de navel wordt de kijkbuis ingebracht in de buik. Via de andere sneetjes worden instrumenten ingebracht die nodig zijn om de organen te verwijderen. De baarmoeder en eierstokken worden losgemaakt. Aan het einde van de operatie wordt de baarmoeder via de schede verwijderd of in kleine stukken door de kijkbuis weggehaald.

De complicaties die bij het verwijderen baarmoeder en eierstokken kunnen optreden zijn bijvoorbeeld bloedverlies tijdens de operatie waarvoor bloedtransfusie nodig is, het ontstaan van trombose (bloedprop), een infectie bijvoorbeeld blaasontsteking, een beschadiging van darmen of urinewegen of een nabloeding. De chirurg zal je hier vooraf over inlichten.

Postoperatieve zorg: Na de verwijdering van de baarmoeder en eierstokken krijg je een blaaskatheter: een slangetje in de blaas dat de urine afvoert. Ook wordt er vaak een tampon in de schede gebracht. De darmen komen een tot twee dagen na de operatie weer op gang. Binnen een tot enkele dagen mag je weer naar huis. Het herstel zal zeker twee tot vier weken duren. Het is belangrijk om goed te luisteren naar je lichaam en toe te geven aan de moeheid. Je mag de eerste weken niet tillen of zwaar werk doen. Na de operatie kan er nog wat bloedverlies optreden. De hechtingen die worden gebruikt zijn doorgaans oplosbaar. Zolang er nog wondvocht uit de wondjes komt, is een pleister of gaasje nodig. Na de operatie vindt er een nacontrole op de poli plaats.

3. Het verwijderen van de vagina (Colpectomie)

Als je besluit tot een genitale operatie (penisconstructie met urinebuisverlenging) zul je een colpectomie moeten ondergaan. Een colpectomie is het operatief verwijderen van de vagina inclusief de vaginawand. Zie afbeelding 5. De vaginawand is sterk doorbloed weefsel.

Na de colpectomie is ook nu weer een herstelperiode nodig van een aantal weken, vergelijkbaar met die na de verwijdering van de baarmoeder en eierstokken.

De complicaties die bij de colpectomie kunnen optreden zijn bijvoorbeeld bloedverlies tijdens de operatie waarvoor bloedtransfusie nodig is, het ontstaan van trombose (bloedprop), een infectie bijvoorbeeld blaasontsteking, een beschadiging van darmen of urinewegen of een nabloeding. De chirurg zal je hier vooraf over inlichten.

4. Genitale operaties

Genitale operaties zijn operaties aan de geslachtsorganen die het lichaam een meer mannelijk uiterlijk en functionaliteit moeten geven. Achtereenvolgens wordt besproken:

  1. de constructie van de penis
  2. de verlenging van de urineleider
  3. het vormen van de balzak
  4. het inbrengen van de balimplantaten
  5. het inbrengen van de erectieprothese bij een phalloplastiek
  6. sexualiteit en de metaidoio en de phalloplastiek

De genoemde operaties worden in een aantal gevallen tegelijk uitgevoerd.

a. De constructie van de penis

Er zijn drie mogelijkheden om operatief een penis te construeren:

  1. metaidoioplastiek: een kleine penisopbouw van de clitoris
  2. phalloplastiek: een penisopbouw gemaakt van huid uit de onderarm
  3. phalloplastiek: een penisopbouw gemaakt van huid uit de onderarm en het bovenbeen

Genoemde mogelijkheden om een penis te construeren zijn tamelijk ingewikkelde microchirurgische operaties waarbij er nog steeds nieuwe ontwikkelingen zijn. Nog altijd worden nieuwe technieken ontwikkeld en uitgeprobeerd. Verder worden deze operaties met of zonder urinebuisverlenging uitgevoerd.

I. Metaidoioplastiek

Dit is de meest ‘eenvoudige’ operatie om een penis te creëren. We kennen de metaidoioplastiek met urinebuisverlenging of zonder urinebuisverlenging.

De metaidoioplastiek met urinebuisverlenging wordt tegelijk met het verlengen van de urinebuis en het vormen van de balzak uitgevoerd. Bij deze operatie wordt uitgegaan van de clitoris die flink kan zijn gegroeid door het gebruik van testosteron. De clitoris wordt losgemaakt van de omliggende huid en naar boven gestrekt, zodat hij zich niet meer in het gebied tussen de benen bevindt, maar ter hoogte van de onderbuik. Zie afbeelding 6. Op deze manier wordt een klein e penis gemaakt. De verlengde urinebuis (wijze van uitvoering is hieronder is apart beschreven) wordt gelegd tegen de onderkant van de nieuwgevormde penis en het geheel van penis en urinebuis wordt gewikkeld in een deel van de kleine schaamlippen.

De complicaties die bij (of na) deze operatie kunnen optreden zijn: een vernauwing van de urinebuis, die meestal – poliklinisch – opgerekt zal kunnen worden / een lekkage vanwege een opening in de urinebuis die soms na enige tijd spontaan dichtgroeit, maar anders door een operatie opgelost moet worden. In het laatste geval zal men dus een tweede keer opgenomen moeten worden. Bij de metaidoioplastiek kan het voorkomen dat de penis erg klein uitvalt.

Het is ook mogelijk om te kiezen voor een metaidoioplastiek zonder urinebuisverlenging. Het enige verschil met een gewone metaidoioplastiek is dat de urinebuis niet wordt verlengd, maar op zijn oorspronkelijke plaats blijft zitten. De urinebuis en de vaginale opening integreren hierbij tot één urogenitale opening, waarbij men plast vanachter de balzak. Groot voordeel van deze variant is dat er een complicaties voorkomen met de urinebuis en dat deze operatie ook mogelijk is als de clitoris weinig tot matig gegroeid is. Het betekent wel dat men zittend moet plassen. (vergelijk verderop de alinea ‘NB! …… perineostoma…’)

II. Phalloplastiek (uit de onderarm)

Om een penis (phallo) te construeren wordt bij deze operatie een lap huid met bloedvaten en zenuwen losgemaakt uit de onderarm, net boven de pols. De huidlap wordt opgerold tot een penis met in het midden ruimte voor een urineleider. De bloedvaten en zenuwen worden aangesloten op bloedvaten en zenuwen in de onderbuik en lies. De nieuwe urinebuis wordt aangesloten op de – eerder al verlengde – urinebuis. Zie afbeelding 7. De clitoris wordt opgenomen in de basis van de penis. Vervolgens wordt de wond op de onderarm bedekt met huid die van het bovenbeen geschaafd is. De arm wordt in het gips gezet zodat de wond goed kan genezen.

Na de operatie moet men zeven dagen bedrust houden en mag men de nieuwe – verlengde – urinebuis niet gebruiken. Tijdens de operatie is een blaaskatheter via de buikwand in de blaas gebracht en via de plasbuis. Tijdens de dagen bedrust wordt regelmatig gecontroleerd of de penis op de nieuwe plaats goed geneest en of de doorbloeding goed verloopt. Na 10-14 dagen, als er een goede genezing is, wordt de katheter die door de plasbuis loopt poliklinisch verwijderd. Dan zal er een foto van de plasbuis worden gemaakt om te zien of deze intact is en geen lekkage heeft. Als de foto goed is dan mag men proberen zelf te plassen. Na enkele dagen wordt er d.m.v. een echo-onderzoek gekeken of de blaas na plassen ook goed leeg is. Als dit goed gaat en er niet te veel urine in de blaas achterblijft, wordt de katheter die via de buikwand loopt verwijderd.

III. Phalloplastiek (uit de onderarm en het bovenbeen)

Voor deze opbouw zijn drie operaties nodig. Tijdens de eerste operatie wordt een ballon aangebracht onder de huid van de onderarm en het  bovenbeen. Voorts wordt het vaste deel van de urinebuis gemaakt (zie ‘verlenging urinebuis’). Deze ballonnen worden regelmatig bijgevuld om de huid op te rekken. Bij de tweede operatie wordt een huidlap met bloedvaten en zenuwen losgemaakt uit de onderarm waar de plasbuis en eikel van worden gemaakt. De schacht van de penis zal worden gemaakt van een huidlap van het bovenbeen. De bloedvaten en zenuwen worden aangesloten op bloedvaten en zenuwen in de onderbuik en in de lies. De clitoris wordt aan de basis van de penis in de penis opgenomen. De wond op de onderarm of het bovenbeen kan gesloten worden en er blijft een eenvoudig recht litteken over. Bovendien wordt tijdens deze operatie de urinebuis aangesloten op het – al verlengde – deel van de urinebuis. Ook bij deze ingreep wordt, net als bij de penisopbouw uit de arm, een blaaskatheter via de buikwand ingebracht in de blaas. Een andere blaaskatheter wordt aangebracht via de plasbuis. Na de operatie moet men zeven dagen bedrust houden. In deze periode wordt de bloedtoevoer in de nieuwgevormde penis regelmatig gecontroleerd. De verzorging na de operatie gaat hetzelfde als bij de penisopbouw uit de arm.

De complicaties die kunnen optreden zijn: Het afsterven van (een deel van) de penishuis of urinebuis. Moeilijker op te wekken seksueel gevoel (clitoris is opgenomen in de penis). Lekkage door moeilijk leeg te drukken urineleider.

Het is ook mogelijk om te kiezen voor een zgn. phalloplastiek zonder urinebuisverlenging. Het enige verschil met een gewone phalloplastiek is dat de urinebuis niet wordt verlengd, maar op zijn oorspronkelijke plaats blijft zitten. De urinebuis en de vaginale opening integreren hierbij tot één urogenitale opening, waarbij men plast vanachter de balzak.

b. De verlenging van de urinebuis

Bij de man is de urinebuis langer dan bij de vrouw. De urinebuis bij de man bestaat uit twee delen: het eerste deel – het vaste deel – bevindt zich in het lichaam, het tweede deel – het beweeglijke deel – bevindt zich in de penis. Bij de constructie van een penis moet, wanneer gekozen wordt voor urinebuisverlenging, zowel bij de metaidoioplastiek, als bij de phalloplastiek, de urinebuis worden verlengd. De urinebuis wordt verlengd door gebruik te maken van bv. bij de metaidoioplastiek, de kleine schaamlippen en bij de phalloplastiek van huid uit de arm. Om de verlengde urinebuis goed te laten genezen, wordt tijdens de operatie een blaaskatheter via de plasbuis ingebracht. Voorts wordt er een katheter via de buikwand geplaatst, waardoor de urine wegloopt. Na vijf dagen bedrust kan men naar huis, mits de plastiek niet te veel is gezwollen. Als de plastiek na 10-14 dagen goed is genezen kan de katheter die in de plasbuis zit worden verwijderd en kan men gaan plassen door de verlengde urinebuis. Als het plassen goed gaat en er niet te veel urine in de blaas achter blijft, kan de katheter die via de buikwand loopt verwijderd worden. Als de penis groot genoeg (4-6 cm) is, is het mogelijk staande te plassen.

De complicaties die kunnen optreden zijn: Geldt voor alle vormen van penisopbouw met urinebuisverlenging: In de urinebuis kan een vernauwing (stenose) optreden, of er kan lekkage (bv. als gevolg van fistel) voorkomen. Bij deze complicaties zal eerst geprobeerd worden poliklinisch het probleem te verhelpen, maar vaak zal een opname en een volgende operatie noodzakelijk zijn. Indien de opbouw van de urineweg door omstandigheden, te veel problemen blijft geven, kan een opening worden gemaakt in de urineweg, ongeveer ter plaatse van de ‘oude’ opening, nu aan de basis van de balzak. Dit wordt een perineostoma genoemd. Het gevolg van deze ingreep is wel dat men voortaan dus weer zittend moet plassen.

c. Het vormen van een balzak

Tijdens de metaidoioplastiek en de phalloplastiek kan tegelijkertijd de balzak (het scrotum) worden gevormd. Bij deze operatie wordt aan de voorzijde van de beide grote schaamlippen een V-vormige snede gemaakt. Hierdoor wordt het mogelijk de huid naar voren te halen en de balzak te vormen ter hoogte van de onderbuik. De chirurg kan van het materiaal van de beide schaamlippen een balzak vormen met de mogelijkheid er later (bij een andere ingreep) twee balprothesen in te plaatsen. Over het algemeen wordt er voor gekozen eerst de balzak te laten genezen en na drie maanden de prothesen te plaatsen.

d. Het inbrengen van balimplantaten

Als de nieuwe penis (metaidoio of phallo) goed functioneert kan de balzak worden gevuld met meestal silicone of metalen balimplantaten. Er zijn verschillende maten. De keuze voor een bepaalde maat is afhankelijke de situatie en mogelijk de voorkeur van de betreffende persoon. Dit wordt meestal in een aparte operatie gedaan. De complicatie die kan optreden is afstoting van dit lichaamsvreemde materiaal en het gaan ‘wandelen’ van de implantaten.

e. Het inbrengen van een erectieprothese bij een phalloplastiek

In een later stadium, als blijkt dat de penis die is gevormd d.m.v. een phalloplastiek voldoende gevoel heeft ontwikkeld, kan eventueel een erectieprothese worden geplaatst. Met behulp van het in een van de ballen ingebouwde pompje kan de penis worden opgericht, waardoor penetratie veelal mogelijk is. Mogelijke complicatie is dat de prothese irritatie kan veroorzaken of kan worden afgestoten.

f. Metaidoio en phalloplastiek en seksualiteit

Er zijn verschillende mogelijkheden besproken om een penis te vormen de metaidoio en de phallo. Het voordeel van de metaidoioplastiek is dat de penis gevormd is van de clitoris. Omdat de clitoris een seksueel orgaan is, heeft men na de operatie een – weliswaar kleine – maar wel een gelijkende en seksueel functionerende penis. Penetrerend seksueel contact is echter niet mogelijk. Het voordeel van de phalloplastiek is dat men na operatie een penis heeft die er zoveel mogelijk uitziet zoals iedere andere penis van de gemiddelde man. In seksueel opzicht echter heeft deze penis weinig te bieden. Seksueel gevoel wordt alleen ervaren op de plaats waar de clitoris in de phallo is opgenomen. Tegenwoordig probeert men de zenuwen die seksueel gevoel overbrengen aan te sluiten op de zenuwen in de phallo, om zo ook seksueel gevoel in de penis mogelijk te maken. Indien een erectieprothese is ingebracht is erectie en gemeenschap mogelijk. Voorafgaand aan deze operaties is een bezoek aan de seksuoloog verplicht om na te gaan of de verwachtingen overeen komen met hetgeen daadwerkelijk bereikt kan worden.